Eindelijk weer shoppen in Milaan

Het is inmiddels een terugkerend fenomeen: aan het begin van het seizoen hopen dat AC Milan en Internazionale dit jaar toch écht weer de aansluiting bij de Italiaanse top gaan vinden. De Milanese (voormalig?) grootmachten hebben al aardig wat interessante spelers gehaald deze zomer, dus wij houden hoop op die aansluiting.

Het kan heel snel gaan in de voetbalwereld. Tien jaar geleden had AC Milan net de Champions League-finale op bizarre wijze verloren van Liverpool, met een elftal waarin Paolo Maldini, Alessandro Nesta, Jaap Stam, Cafú, Andrea Pirlo, Clarence Seedorf, Kaká en Andriy Shevchenko de sterspelers waren. Toch werd Internazionale uiteindelijk kampioen in 2005/2006, hun team was met Javier Zanetti, Juan Sebastián Verón, Luis Figo, Álvaro Recoba en Adriano (toen nog met sixpack) ook voor geen kleintje vervaard.

Maar zo ver hoeven we niet eens terug te gaan. Vijf jaar geleden had Inter net de Champions League gewonnen met Júlio César, Lúcio, Maicon, nog steeds Zanetti, Esteban Cambiasso, Wesley Sneijder, Samuel Eto’o en Diego Milito in de ploeg. En Milan werd dat seizoen juist weer kampioen, want ook Pirlo en Seedorf, aangevuld met Thiago Silva, Mark van Bommel, Ronaldinho, Antonio Cassano, Alexandre Pato en Zlatan Ibrahimovic waren niet te onderschatten.

Het heilige gras van het San Siro-/Giuseppe Meazza-stadion wordt helaas al jaren niet meer wekelijks omgeploegd door zulk soort goddelijke voetballers, die waardig genoeg zijn om het te mogen betreden. De doucheputjes worden niet meer gezegend met het zweet der kampioenen, de kleedkamermuren luisteren niet meer naar de verheven gesprekken der Italiaanse veldmaarschalken, de spelerstunnel echoot niet meer het geklak van heldennoppen. En bovenal, de toeschouwers aanschouwen niet meer de grootse daden van fenomenale voetballers.

De vrije val

Zoals gezegd, het kan snel gaan. AC Milan eindigde vorig seizoen onder leiding van oud god, kampioen, veldmaarschalk, held en fenomenale voetballer Filippo Inzaghi tiende in de competitie, het jaar ervoor was het oud god, kampioen, veldmaarschalk, held en fenomenale voetballer Clarence Seedorf die zijn geliefde Milan als achtste over de finishlijn loodste. Bij aartsrivaal Inter valt er na het weekend bij de koffieautomaat weinig te lachen om de verrichtingen van Milan. Zelf werden ze afgelopen seizoen achtste, na een ‘redelijke’ vijfde plaats het seizoen daarvoor en een negende en zesde plaats in de jaren voordien.

Na gigantische successen in de jaren nul van deze eeuw heeft financieel mismanagement en een hoop verkeerde aankopen de Milanese topclubs in een vrije val geworpen. Inter dacht vlak na de CL-winst met Giampaolo Pazzini (18 miljoen) een mooie slag geslagen te hebben en haalde in de jaren daarna voetballers als Ricardo Álvarez (10,5 miljoen), de oude Diego Forlán (5 miljoen), Alvaro Pereira (12 miljoen) en Ishak Belfodil (6 miljoen) voor veel te veel geld naar de club. Intussen verkocht het talentvolle spelers als Davide Santon, Philippe Coutinho en Lorenzo Crisetig.

Bij Milan ging het zo mogelijk nog slechter. Ze waren zo gek Pazzini voor 12,5 miljoen over te kopen, gaven twintig miljoen uit aan Mario Balotelli, betaalden elf miljoen voor Alessandro Matri en drie miljoen voor Fernando Torres. Andrea Pirlo mocht transfervrij naar Juventus, Pierre-Emerick Aubameyang werd voor 1,8 miljoen gedumpt bij Saint-Étienne, Bryan Cristante trok voor zes miljoen naar Benfica. Ondertussen werd elke sterspeler weggekocht of ging met pensioen, terwijl vergane glorie als Robinho en Kaká de boel moesten redden. Het fameuze Milan Lab lijkt inmiddels meer op een verlaten, met mos begroeid lab uit Jurassic Park.

De wederopstanding (?)

Het voetbal in Milaan bevindt zich op een historisch dieptepunt. De prestaties zijn belabberd, toptalenten dromen niet meer van rood-zwart of blauw-zwart en Juventus, AS Roma, Lazio en Napoli liggen een straatlengte voor. Toch gloort er, heel in de verte, een beetje hoop. Zoals inmiddels elk seizoen, maar dit keer echt. Misschien.

Milan heeft zich eindelijk ontdaan van de overbodige maar dure Michael Essien, Sulley Muntari, Robinho, Pazzini en Daniele Bonera. Ook de oude krijger Philippe Mexès is op tijd de deur gewezen. De club heeft wat relatief jonge Italianen binnengehaald met verdedigers Luca Antonelli en Rodrigo Ely, en middenvelders Simone Verdi en Andrea Bertolacci. Of die laatste na één goed seizoen bij Genua zijn transfersom van twintig miljoen waard is moet blijken, maar waarom mogen we niet dromen? Alessio Cerci blijft nog een jaar op huurbasis en met Sevilla-ster Carlos Bacca hoopt Milan eindelijk weer eens een goede spits in te lijven.

Bij Internazionale is de middelmaat (lees: Ricardo Álvarez, Alfred Duncan, Zdravko Kuzmanovic, Jonathan) er ook uit gegooid en sinds de Indonesische zakentycoon Erick Thohir eind 2013 de club overnam kan het weer geld uitgeven. Dertig miljoen voor ‘de tweede Pogba’ Geoffrey Kondogbia (een veel slimmer alternatief voor Yaya Touré), achttien miljoen voor Bayerns Xherdan Shaqiri, vijftien miljoen voor Atlético-verdediger Miranda en acht miljoen voor verdediger Jeison Murillo, Thohir is niet te zuinig. Ook verloren zoon Davide Santon keert terug.

Grootse daden

In tegenstelling tot de vorige transferzomers lijken de Milanese clubs nu ook daadwerkelijk scouts naar stadions gestuurd te hebben om te zien of hun beoogde aankopen wel echt kunnen voetballen. Het lijken op het eerste gezicht weloverwogen aankopen van ‘zekerheidjes’, die in de meeste gevallen nog jaren meekunnen en hopelijk de bouwstenen kunnen worden van nieuwe, grootse elftallen. Uit de poriën van Bacca, Kondogbia, Shaqiri en Miranda stroomt in ieder geval het zweet der kampioenen. Sinisa Mihajlovic (Milan) en Roberto Mancini (Inter) zijn coaches die weten wat winnen betekent.

Wellicht breekt er een nieuwe glorieperiode aan in Milaan, de stad die zo gewend is geraakt aan succes en wiens inwoners normaal gesproken neer kunnen kijken op die van Turijn, Rome en Napels. Bij AC Milan staat er met Gabriel (22), Mattia de Sciglio (22), Bertolacci (24), Giacomo Bonaventura (25), Suso (21), Hachim Mastour (17) en Verdi (22) een mooie nieuwe generatie klaar, terwijl een voorste linie met Bacca, Cerci en Jérémy Ménez in potentie dodelijk is.

Ook Internazionale lijkt met Francesco Bardi (23), Juan Jesus (24), Murillo (23), Santon (24), Dodo (23), Kondogbia (22), Mateo Kovacic (21), Marcelo Brozovic (22), Shaqiri (23) en topspits Mauro Icardi (22) klaar voor de toekomst. De overgebleven routiniers, aanvoerder Andrea Ranocchia, middenvelders Hernanes, Fredy Guarín en Gary Medel, en aanvaller Rodrigo Palacio zijn nog van toegevoegde waarde.

Zo herkent het gras van het San Siro-/Giuseppe Meazza-stadion komend seizoen wellicht de tred van toekomstige goden. De doucheputjes zullen gulzig happen naar het zweet der toekomstige kampioenen, kleedkamermuren zullen hun oren weer spitsen en de echo van de noppen van Bacca of Miranda zullen niet heel anders klinken dan die van Shevchenko of Lúcio. En de toeschouwers? Die kunnen straks weer juichen voor grootse daden van fenomenale voetballers. Misschien.

Foto bovenaan: Giacomo Bonaventura en Andrea Ranocchia in duel tijdens de Milanese derby. Bron: rossoneriblog.com.