Het einde van de ‘Comproprietà’, het einde van de Serie A?

Van oudsher doen de Italianen het net een beetje anders als het om transfers gaat: clubs kunnen samen een speler kopen, die deels eigendom van beiden is. Aan deze ‘Comproprietà’-regel komt deze week een eind, de Italiaanse voetbalbond verbiedt het. De gevolgen kunnen groot zijn voor de steeds zwakker wordende Serie A.

Terwijl de tranen over de wangen van Andrea Pirlo biggelden na de verloren Champions League-finale in Berlijn moeten vele kijkers op de bank gedacht hebben: “Geeft niet Andrea, je hebt op z’n minst laten zien dat het Italiaanse voetbal nog meetelt.” Juventus, dit seizoen voor de vierde keer op rij kampioen van Italië, had zich weer kunnen meten met de allergrootste clubs op aarde en werd in de finale tegen één van de beste teams ooit niet eens vernederd. Met slim inkopen doen (Pirlo, Pogba, Tevez, Morata, Llorente) had De Oude Dame de aansluiting bij de top weten te vinden.

Maar of we ooit weer een volledig Italiaanse CL-finale krijgen, zoals in 2003 tussen Juve en AC Milan? De kans lijkt niet groot. Juventus doet het goed, maar Milan en Internazionale staan in brand. AS Roma, Lazio en Napoli zijn voorlopig Europese subtop en hebben niet het geld van nieuwe rijken als Paris Saint-Germain of Manchester City. Maar wat de opkomst van de Serie A ook flink zou kunnen remmen, is het afschaffen van de ‘Comproprietà’-regel, die uniek is in Italië.

Handel op z’n Italiaans

De Italianen doen dingen nou eenmaal anders als het om handelen gaat, zo ook in de voetbalwereld. Als enige land in Europa (in Zuid-Amerika hebben ze er een variant op) heeft het Italiaanse voetbal namelijk van oudsher de zogenaamde ‘Comproprietà’-mogelijkheid: twee clubs kunnen samen vijftig procent van de transferrechten van één speler bezitten. Dit kan alleen bij een speler die nog een tweejarig contract heeft bij zijn oorspronkelijke club en de duur is één seizoen. Na dat seizoen kijken beide clubs of ze de deal verlengen.

Willen beide clubs dat niet, dan moet één van de twee de rechten van de ander afkopen. Als ze er onderling niet uitkomen doen de clubs een blinde veiling, als beide clubs de speler niet willen hebben krijgt de club waarvoor hij het laatste seizoen speelde automatisch alle rechten. Nog ingewikkelder wordt het doordat de speler ook nog eens verhuurd kan worden aan een derde club, als beide clubs daarover instemmen, en doordat de club waar de speler dat seizoen niet speelt zijn rechten tussentijds weer kan verpatsen aan andere geïnteresseerde clubs.

Voor clubs van buiten Italië die een ‘Comproprietà’-speler willen kopen leidde dit vaak tot grote frustraties. Borussia Dortmund, dat vorige zomer Ciro Immobile wilde halen, moest bijvoorbeeld aan de onderhandelingstafel zowel Torino als Juventus overhalen om hun aandeel in de speler te verkopen. Juventus moest vervolgens eerst haar aandeel voor 8 miljoen verkopen aan Torino, waarna Dortmund Immobile voor 19 miljoen kon overnemen van de club waarvoor hij in 2013/2014 topscorer van de Serie A werd.

Het overzicht

Door deze regel hadden Italiaanse clubs altijd heel veel vingers in heel veel papjes. Juventus deelde bijvoorbeeld mee in de opbrengst voor Immobile, terwijl de aanvaller in 2010 voor het laatst voor de club uitkwam. Domenico Berardi, aanvaller van Sassuolo en één van de grootste talenten van zijn land, is al twee jaar deels eigendom van Juventus zonder dat hij ooit in Turijn gevoetbald heeft. Roberto Pereyra, die in de Champions League-finale inviel, was tot vandaag nog voor vijftig procent speler van Udinese.

En dit zijn dan nog de voorbeelden van goede deals. FC Parma, dat deze week failliet ging, had mede dankzij deze regel in totaal 148 contractspelers. Van al die spelers waren er dit seizoen 110 verhuurd en dertien via een ‘Comproprietà’-constructie elders ondergebracht, de beleidsbepalers hadden geen idee wat ze met al deze spelers aanmoesten. Toen de Albanische miljonair Rezart Taci in december de club kocht moet hij zich afgevraagd hebben wat voor nut het had om veertien keepers te hebben.

Mede door het co-eigenaarschap was Parma langzamerhand steeds meer deals en deals en deals gaan sluiten, totdat niemand meer wist wie wie ook alweer precies was en bij welke club die dit seizoen ondergebracht was. Bovendien waren dit voor een groot deel middelmatige spelers, die niet goed genoeg waren voor de Serie A. Zo zat een club in immense geldnood ook nog eens met meer dan honderd onverkoopbare voetballers. Het kon niet anders dan misgaan.

Genoeg is genoeg

Dit alles heeft ertoe geleid dat de Italiaanse bond de in Europa omstreden regel in de ban heeft gedaan. Clubs moeten voor donderdagavond twaalf uur al hun ‘Comproprietà’-dealtjes afhandelen, volgens Gazzetta dello Sport waren er gister nog 69 spelers die hieronder vielen. Berardi, Radja Nainggolan (AS Roma en Cagliari), Antonio Candreva (Lazio en Udinese) en Simone Zaza (Juventus en Sassuolo) moeten nog snel even verhandeld worden.

Op deze manier wordt het zaken doen met Italiaanse clubs makkelijker, maar aan de andere kant verliest de Serie A een lucratief handeltje. Als je bijvoorbeeld kijkt naar het geval Immobile: Juventus verdiende acht miljoen aan een speler die de club al in 2010 verliet en Torino kon een jaar lang een speler opstellen die het zonder de hulp van Juve niet had kunnen kopen, en verdiende daar ook nog op. Door de krachten te bundelen konden Italiaanse clubs vaak spelers halen die anders onbereikbaar zouden zijn.

De ‘Comproprietà’ was niet alleen een vloek, maar ook een zegen. De Serie A moet het nu zonder beiden doen. De verleiding is nu minder groot om via allerlei ingewikkelde deals voor kortstondig succes en uiteindelijke doem op de lange termijn te gaan, wat natuurlijk goed is. Maar aan de andere kant drijft de Serie A ook al decennia op dit systeem en weet eigenlijk niemand wat er zal gebeuren zodra dat systeem wegvalt. In de Corriere dello Sport werd al de noodklok geluid: zonder deze regel zal de Serie A minder goed in staat zijn kwalitatieve spelers binnen te halen.

Wat nu?

Terwijl de Serie A-clubs gezamenlijk 1,7 miljard euro aan schulden hebben, leeggeplukt worden door topclubs in Engeland, Duitsland en Spanje en stadions verouderen, verliezen ze ook nog eens de mogelijkheid om samen spelers te kopen. Het is dus de vraag wat er nu gaat gebeuren. Wellicht gaan de Italiaanse clubs werken met terugkoopclausules, zoals Real Madrid dat ook vaak doet, of doorverkoopbonussen waardoor de vroegere club nog een graantje meepikt als een speler wordt verkocht.

Hoe dan ook, de clubs worden in hun handelen meer beperkt dan voorheen. Zonder de ‘Comproprietà’ en ook het Third Party Ownership staan de financieel zwakke Italiaanse ploegen er helemaal alleen voor. Aan de ene kant zal dat de rotte appelen er gemakkelijker uit filteren, aan de andere kant zal het ervoor zorgen dat de Italiaanse Serie A, een competitie vol voetbalhistorie, waarschijnlijk nog verder achterop zal raken bij de andere grote Europese competities. En dan zal Andrea Pirlo wellicht weer een traantje moeten wegpinken.

Foto bovenaan: dailymail.co.uk.