Een beetje Schotland in het Canadese voetbal

Veel obscuurder dan de Canadese competitie wordt het nauwelijks. Groundhopper Thomas Rensen bezocht een wedstrijd van de Victoria Highlanders en waande zich eerder in Schotland dan in Canada. 

Daar is de opkomst van de twee elftallen! Twee mannen lopen net voor de spelers uit, beiden spelen getooid in Schotse rok de doedelzak. “Come on Highlanders”, klinkt vanaf de tribunes. Waar ben ik beland? De Schotse hooglanden? Guess again: dit is Canada. Op een eilandje vlak voor de kust van Vancouver speelt Victoria Highlanders zijn thuiswedstrijden. En wellicht is de naam Schots, de belevenis is erg Noord-Amerikaans: let’s go play soccer.

Het is de vierde speelronde in de Pacific Coast Soccer Leagues’ Premier Mens Division, de competitie waarin de Highlanders spelen. De tegenstanders komen voornamelijk uit de regio van Vancouver, op een uurtje of twee varen van Victoria, de grootste stad van Vancouver Island. De Highlanders zijn wel degelijk naar de Schotse Hooglanden vernoemd. Eind 19eeuw zijn hier namelijk veel Schotten naar deze regio geëmigreerd en niet dat iemand zich daar nog iets van herinnert hier, maar de achtergrond is er wel degelijk. Het hoogtepunt uit de historie van Victoria is dan ook een vriendschappelijke wedstrijd tegen Glasgow Rangers, in 2014.

In deze vierde ronde speelt Victoria al voor de vierde keer thuis. Waarom? Simpel, het stadion Royal Athletic Park is ook de thuisbasis van de baseballclub en die hebben voorrang. Hun seizoen gaat bijna weer beginnen, dus is het handig als de Highlanders dan al bijna al hun thuiswedstrijden hebben afgewerkt. En hoe doe je dat zo snel mogelijk? Door twee keer per week te spelen. Denk dan niet aan een Engelse week, met wedstrijden op woensdag en in het weekend. Nee,  hier zijn geen profs, dus iedere woensdag vrij nemen voor de wedstrijd gaat niet. Victoria speelt gewoon op zaterdag én op zondag zijn thuiswedstrijden. Wat nou vermoeidheid van de dag ervoor? Hoe Amerikaans wil je het hebben?

Omdat het zaterdag ideaal terrasjesweer is, besluit ik daadwerkelijk op een terras te gaan zitten, waardoor ik zondag naar het stadionnetje ga voor de wedstrijd tegen FC Tigers uit Vancouver. Ongeveer 300 anderen zijn op deze wedstrijd afgekomen. De mensen die gisteren wel zijn geweest hebben het team met 4-1 zien winnen waardoor de Victorianen ongeslagen zijn. Een mooie start van de competitie, met al dat thuisvoordeel.

De spelers van beide teams zijn vooral studenten of talenten die het niet gehaald hebben bij de grotere teams uit de regio. Het voetbal is bij lange na niet slecht, alleen wordt er heel anders gespeeld. Duels worden nauwelijks uitgevochten en het spel ontwikkelt zich als een basketbalwedstrijd. Als het ene team aanvalt, rent het andere team terug om te verdedigen. Bij balverlies worden de rollen omgedraaid. Strijd op het middenveld, voortijdig druk zetten of over de man heenkomen hebben ze hier nog niet aangeleerd. Beste speler van het veld speelt met het merkwaardige rugnummer 0. Hij verdeelt het spel aan de kant van de Tigers en heeft heel wat mooie steekballen in huis. Dat levert redelijk wat doelpogingen op en daardoor een vermakelijke wedstrijd. Bij rust staat het 1-1 en tien minuten voor tijd vliegt de 2-1 voor de Tigers binnen. Een fenomenaal doelpunt, een schot van dertig meter dat via onderkant lat achter de keeper verdwijnt.

Maar gelukkig, in de blessuretijd wordt het nog 2-2, dankzij een keepersfout. Victoria blijft ongeslagen. En dat vieren ze met twee mannen op een doedelzak. Als ze klaar zijn met spelen horen we de Dropkick Murphys door de speakers. Ook roept de speaker op dat volgende week de vijfde thuiswedstrijd op rij is. Daarna hebben de fans een maand rust, omdat er vijf uitwedstrijden op rij volgen.

De Schotse bordercollie Striker, de clubmascotte, slaat nog een keer op de trom. Het publiek gehoorzaamt braaf door te klappen en Let’s Go Highlanders te roepen. Je kan nog zoveel Schotland proberen te imiteren, het blijft Noord-Amerika hier. Met een broodje hotdog in plaats van pie.

Foto bovenaan en filmpje: Thomas Rensen