Presidentiële steun voor Radamel Falcao

Radamel Falcao is geen schim meer van wie hij was. Manchester United kan hem voor een appel en een ei overnemen, maar lijkt hem niet eens echt per se te willen. Het begon allemaal in thuisland Colombia, waar hij in het tijdperk voor James de grote held was.

Arme Radamel Falcao. Het was niet zijn seizoen. Bij United lijkt hij zijn draai maar niet te kunnen vinden. Door pure financiële ellende bij zijn moederclub AS Monaco lijkt hij nu definitief naar ManU te mogen voor een zacht prijsje. Niet dat hij daar veel aan spelen toe gaat komen, Rooney en Van Persie lijken te grote concurrentie, maar voor United is het natuurlijk een goedkoop buitenkansje.

Het zit Falcao wel vaker niet mee. We gaan een jaar terug in de tijd: we zitten midden in de aanloop naar het WK in Brazilië, niemand had nog van ene James Rodriguez gehoord en Falcao was de grote man bij Colombia. Dé grote spits die het gemaakt had in Europa bij Monaco. Hij was wat Pelé was voor Brazilië en wat Zlatan is voor PSG. Daar waar het om gaat.

Er was alleen één probleem. Falcao was geblesseerd en dreigde het WK niet te halen. Die vermaledijde kruisbanden speelden hem parten en in een uiterste poging het WK te halen onderging hij een operatie in een Colombiaans topziekenhuis. In een soapserie die niet onderdeed voor die van Robben in 2010 werd alles op alles gezet om de sterspeler te laten excelleren op het hoogste podium.

Colombia onderging een lijdensweg. Niet alleen het voetbalelftal leefde mee, vanuit het hele land kwamen er steunbetuigingen binnen om Falcao een hart onder de riem te steken. Het werd zelfs een staatsaangelegenheid. De president toonde zich niet onberoerd en kwam die arme Radamel persoonlijk steun betuigen. De droom van miljoenen Colombianen moest toch levend gehouden worden. Het moet een prachtig tafereel geweest zijn.

Stel je voor; tijdens de herstelprocedure van Arjen Robben in 2010 neemt toenmalig minister-president Balkenende de moeite om Arjen op te zoeken. ‘’Kom op jongen, je kunt het. Het gaat hier om het landsbelang, snel weer beter worden’’. Los van dat ik me afvraag of Balkenende zich in die mate interesseert voor voetbal staat natuurlijk buiten kijf dat dit een totaal ridicuul beeld is. Maar toch heeft het wat, in Zuid- Amerikaanse context dan. De toewijding, de totale idolatrie, een tikje nationalisme.

Falcao liet optekenen dat het een enorme mentale steun was dat de president hem persoonlijk kwam bezoeken in die moeilijke tijden. ‘’Het zal mij zeker helpen in mijn herstel’’, aldus Falcao in die dagen.

Het mocht niet zo zijn. In tegenstelling tot Arjen Robben vier jaar eerder was Radamel Falcao niet op tijd klaar voor de eindronde. Een wederopstanding was hem niet gegeven. Geen apotheose voor de grote held op het WK. Er bleek geen Colombiaanse Dick van der Torn te bestaan. Colombia voelde zich op dat moment zoals Nederland zich voelde toen het zich niet kwalificeerde voor het WK 2002. Ontgoocheling maakte zich meester van het Zuid-Amerikaanse land. Hij zou het toch redden… zelfs de president heeft hem geholpen.

Inmiddels weten we beter. Colombia haalde de kwartfinale, de beste prestatie ooit, en de spelers werden als helden onthaald in hun thuisland. James Rodriguez werd de nieuwe naam in de voorste gelderen van het Colombiaanse voetbal. Een miljoenencontract lag voor hem klaar bij Real Madrid. Bovendien werd hij het nieuwe troetelkind van de natie. James wel, Radamel niet. Niemand had het nog over de superster van Monaco. Het doet me bijna pijn. Ik heb met hem te doen. En misschien is dat wel het ergste wat een profvoetballer kan overkomen.

Foto bovenaan: asia.eurosport.com.