Oké Manchester City, wat nu?

De eerste succesperiode van miljardenclub Manchester City lijkt ten einde. De manager zit op de schopstoel, enkele dragende spelers lijken te gaan vertrekken en de selectie veroudert. Het is tijd voor de volgende fase van het ‘project’, maar hoe gaat City dat aanpakken?

Albert Rusnák, getooid met een controversieel kapsel, was waarschijnlijk meer bezig met de uitzinnige fans van zijn club FC Groningen. Zijn twee doelpunten zorgden voor een explosie van geluk bij de duizenden uit het hoge noorden meegereisde supporters en Rusnák vierde het feestje met ze alsof hij al jaren publiekslieveling was geweest bij Grunn. Waarschijnlijk was hij minder bezig met de aanwezigheid van scouts van zijn oude club, Manchester City, die vanuit een comfortabel vak ver van de zingende en springende massa in hun boekjes zaten te schrijven.

Of Gary Worthington, Manchester City’s Head of Player Recruitment en technisch directeur Txiki Begiristain hoogstpersoonlijk op de tribune zaten is niet bekend, maar ze kennen Rusnák goed. Al in 2008, het jaar dat sjeik Mansour de club kocht van Thaksin Shinawatra, kwam de Slowaak vanuit de jeugdopleiding van het obscure MFK Kosice naar Manchester City. De aanvallende middenvelder was één van de eersten van een lange lijst toptalenten die naar de nieuwe topclub werd gehaald met het doel de volgende Carlos Tévez of Vincent Kompany te worden, zonder dat daar miljoenen voor uitgegeven zouden hoeven worden.

Het verhaal van Rusnák is bekend en lijkt erg op dat van talloze talenten van die andere stinkend rijke Engelse topclub, Chelsea. Speler als Jeffrey Bruma, Patrick van Aanholt, Fabio Borini, Gaël Kakuta en Federico di Santo kwamen met veel bombarie uit de jeugd van Chelsea, redden het niet bij het eerste elftal en gingen elders voetballen. Het extreemste voorbeeld is Nemanja Matic, die eerst werd gedumpt bij Benfica voor vijf miljoen en later voor het vijfvoudige weer teruggehaald werd. Rusnák kan, als zijn oude club hem terughaalt, Manchester City’s Matic worden.

*****

Dat City op de tribunes van De Kuip zit te kijken naar een oud-jeugdspeler die in januari nog voor een half miljoen mocht vertrekken is illustrerend voor de situatie waar de club in zit. Het elftal dat in 2012 en 2014 kampioen werd, in beide instanties met sterkhouders Kompany, Joe Hart, Yaya Touré, David Silva en Sergio Agüero, is er dit seizoen niet in geslaagd Chelsea de baas te blijven. De achterstand van dertien punten geeft te denken, coach Manuel Pellegrini zou weleens ontslagen kunnen worden en de club is op zoek naar nieuwe impulsen voor de selectie.

Terwijl concurrenten Chelsea, Manchester United, Arsenal en Liverpool de laatste jaren druk bezig zijn zichzelf opnieuw uit te vinden heeft de tijd bij Manchester City een beetje stilgestaan. Kijkend naar de huidige selectie kun je concluderen dat spelers als Frank Lampard (36), Martín Demichelis (34), Willy Caballero (33) en Bacary Sagna (32) al aardig op leeftijd zijn. Lampard, een belangrijke kracht, vertrekt dit seizoen naar de MLS en Demichelis, Caballero en Sagna zijn slechts selectievulling.

Het is natuurlijk geen probleem om wat oude rotten in de selectie te hebben en het zijn allemaal spelers die hun sporen ruimschoots verdiend hebben. Maar ook de kern van de selectie begint langzaam ouder te worden. Vincent Kompany (29), Aleksandar Kolarov (29), Pablo Zabaleta (30), Yaya Touré (31) en David Silva (29) kunnen zeker nog een aantal jaar mee, maar zullen in de komende jaren toch vervangen moeten worden. Een club als Manchester City kan in theorie wachten tot zij allemaal te oud zijn, dan weer de portemonnee trekken en in één of twee transferperiodes een heel nieuw sterrenensemble neerzetten. Maar met het oog op Financial Fair Play en de Homegrown-regel zal dat in de praktijk niet kunnen.

Het probleem met Financial Fair Play is dat City, overeind gehouden door de miljarden van sjeik Mansour, veel meer geld uitgeeft dan verdient. De club lijdt maandelijks verlies, die verliezen worden gecompenseerd door de sjeik. Maar de Financial Fair Play-regel houdt geen rekening met sjeiks en stelt eisen aan het maximale verlies dat een club mag lijden. Hierdoor kreeg City eerder al een boete van ruim zestig miljoen euro en mocht het dit seizoen slechts een selectie van 21 man opgeven voor de Champions League.

Financial Fair Play maakt het nieuwe rijken als City, die niet van oudsher succesvol zijn en veel geld verdienen, onmogelijk om zomaar honderden miljoenen aan spelers uit te geven. De aankoop van spits Wilfried Bony in de winter, voor 32 miljoen, was nog net mogelijk, maar de club kon verder geen dure aankopen doen. Hierdoor kunnen The Citizens niet als de nood aan de man is plotseling met miljoenenuitgaven de selectie weer op peil brengen. Het zal geleidelijk moeten gaan.

*****

Ook de Homegrown-regel beperkt de shopping spree van sjeik Mansour en zijn staf. Sinds 2010/2011 hebben clubs in de Premier League zich aan deze regulering te houden, om ervoor te zorgen dat de competitie niet volledig overspoeld zal worden met buitenlandse spelers en eigen talent geen kans meer krijgt. Een homegrown speler is een voetballer die voor zijn 21e drie seizoenen lang bij dezelfde club heeft gespeeld. Elke selectie van 25 spelers moet minstens 8 van zulk soort voetballers herbergen en clubs kunnen zoveel jeugdspelers aan hun selectie toevoegen als ze willen.

Deze regel heeft ervoor gezorgd dat Chelsea en City nog meer geld in hun jeugdopleiding zijn gaan pompen en nog meer toptalent uit het buitenland aantrekken De trend waar Albert Rusnák maar ook bijvoorbeeld Karim Rekik deel van uitmaakten, is hierdoor alleen maar sterker geworden en het dwingt clubs om niet meer zomaar de hele selectie te vullen met van buiten aangetrokken spelers. De FA is bezig met een vernieuwde Homegrown-regel die nog een stuk strenger is, dit zal dus nog een beperking zijn in City’s transferbeleid.

Sjeik Mansour is geen domme man en heeft dus in de afgelopen jaren net zo veel tijd en geld gestoken in het opzetten van een jeugdopleiding van wereldklasse, als in zijn selectie vol wereldsterren. Hij en directeuren Ferran Soriano en Txiki Begiristain, beide met een verleden bij FC Barcelona, weten hoe belangrijk een goede jeugdopleiding is om aan de Homegrown-regel te voldoen en om de transferuitgaven te drukken.

Toch is er tot nu toe nog geen enkele speler vanuit die jeugdopleiding doorgebroken in het eerste elftal. Op het moment heeft de club de veelbelovende Marcos Lopes (19, LOSC Lille), Devante Cole (19, Milton Keynes Dons) en Jason Denayer (19, Celtic) verhuurd, terwijl ook Karim Rekik (20, PSV), John Guidetti (23, Celtic) en Eirik Johansen (22, New York City FC) nog stiekem zullen hopen van een toekomst in het Stadium of Light. Toch heeft de club afgelopen jaren grote talenten verloren.

De voor ons bekendste is dus Rusnák, die als hij teruggehaald zou worden nog steeds geldt als homegrown-speler, maar de kostbaarste fout lijkt Denis Suárez te worden. De Spaanse middenvelder Suárez werd in 2011 door de scouts van City gespot in de jeugd van Celta de Vigo. De club was er sneller bij dan FC Barcelona en de creatieve spelverdeler groeide al snel uit tot het pareltje van de jeugdopleiding. Maar ondertussen bleef City met geld smijten en begon Suárez te twijfelen aan zijn toekomst bij de club. In 2013 wist Barcelona hem over te halen alsnog naar Catalonië te komen, voor slechts anderhalf miljoen liet hij Engeland achter zich. Momenteel is hij, op huurbasis, de grote uitblinker bij FC Sevilla.

Ook de in 2011 bij FC Burnley geloosde Kieran Trippier (24) is inmiddels een meer dan degelijke Premier League-speler en staat in de belangstelling van Liverpool, terwijl City de bijzonder hoog aangeslagen centrumverdediger Matija Nastasic (22), weliswaar niet uit de eigen jeugdopleiding, voor 9,5 miljoen euro liet verkassen naar Schalke 04.

*****

De puzzel van Mansour, Soriano en Begiristain is ingewikkeld. In de selectie lijken alleen Sergio Agüero (26), Wilfried Bony (26), Fernando (27) en Eliaquim Mangala (24) de hoekstenen te kunnen worden van een nieuw te bouwen elftal. Samir Nasri (27) en Stefan Jovetic (25) zijn geen onomstreden spelers, aan Nasri’s mentaliteit wordt al lang getwijfeld terwijl Jovetic vaak geblesseerd is. Micah Richards (26) is verhuurd aan Fiorentina en geldt als homegrown speler, maar de leiding van de club lijkt niet bijzonder veel vertrouwen in hem te hebben. Scott Sinclair (25), nu verhuurd aan Aston Villa, is nog een speler met toekomst maar dan vooral voor de breedte, terwijl de nu aan FC Córdoba verhuurde Bruno Zuculini (22) hetzelfde lot beschoren lijkt.

City lijkt de komende seizoenen vast te moeten houden aan de categorie spelers die nu tussen de 29 en 31 jaar oud zijn. Zij hebben de club grote successen gebracht, zijn nog steeds van wereldklasse en kunnen nog wel een paar seizoenen mee. Maar ondertussen moeten hun opvolgers binnengehaald dan wel opgeleid worden. De club kan zich geen miljoenenzomers en -winters meer permitteren en dus zal zo’n beetje elke transfer een schot in de roos moeten zijn.

Soriano is momenteel bezig met aanvallende middenvelder Roberto Firmino (23), één van de sterspelers van de Bundesliga en inmiddels ook van het Braziliaanse elftal. Firmino, begeerd door een hele reeks clubs, zou perfect passen binnen de opbouwplannen van een nieuw succeselftal. Ook Kevin de Bruyne (23) staat op Soriano’s lijstje, net als Hakan Calhanoglu (21), Julian Draxler (21) en dus Albert Rusnák, spelers die het middenveld van City allemaal van een aanvallende impuls kunnen voorzien.

Dit is precies het type speler dat Manchester City de komende seizoenen zal moeten halen, om de kosten enigszins te drukken en voetballers aan te trekken die nog lang mee kunnen. Bovendien zal de club meer aandacht moeten besteden aan haar talenten en ervoor moeten zorgen dat de stap van jeugd naar het eerste elftal minder onoverbrugbaar wordt. En dan scoren Albert Rusnák en de jeugdspelers die in zijn spoor volgden over een paar seizoenen wellicht hun beslissende doelpunten ‘gewoon’ in een Manchester City-shirt.

Foto bovenaan: eurosport.com.