Peruaanse politie

Gerjan bezocht een wedstrijd in Peru. Het Peruaanse voetbal is internationaal gezien vrij klein, maar in eigen land wordt het beleefd als in Brazilië en Argentinië. Compleet met een gigantisch leger aan politieagenten om de heetgebakerde fans (soms te fanatiek) in het gareel te houden.

Na een turbulente busrit kom ik in alle vroegte aan in een Noord-Peruaans stadje. Een stoffige plaats waar het ruikt naar vis. De gebouwen zijn slecht onderhouden en eigenlijk is er niet heel veel bijzonders. Totdat ik van een taxichauffeur hoor dat diezelfde middag de finale van de Peruaanse competitie wordt gespeeld. Dat verandert alles. Je moet, je zal… Na eenvoudig een kaartje tegen dubbele prijs overgekocht te hebben (“als je bij het stadion een zijstraatje inloopt, moet je nog wel een kaartje kunnen vinden”) kom ik bij het stadion. Een blauw supportersvak, een rood suppertersvak, maar vooral veel…

Policía!

Met enkele stokslagen wordt de jongen tot bedaren gebracht. Hij had vuurwerk afgestoken en dat mag natuurlijk niet. Onder luide protesten van de overige supporters (iets met de moeders van agenten die publieke diensten verlenen) sleurt de politie de jongen het stadion uit.

“Gewoon even een voorbeeld stellen, meer niet”, zegt de Peruaanse man op leeftijd naast mij. Hij zit elke week in het stadion en de politie moet zich altijd even laten zien. Dat lukt overigens prima. Overal in het stadion zijn ze. Er staan twee rijen rond het veld. Diverse rijen van boven naar beneden, tussen de supportersblokken in. Twee rijen bovenin het stadion. Dat wat Nederlandse politici bedoelen met ‘meer blauw op straat’ is hier betrekkelijk goed gelukt.

Nors voor zich uitkijkend, speurend naar ongeregeldheden op de tribune, staan ze daar. “Dat verandert snel hoor”, zegt de oudere, praatgrage man naast me. “Zodra de wedstrijd begint staan ze allemaal voetbal te kijken.” Hij krijgt gelijk. Vijf minuten voor aanvang (de scheidsrechter is zojuist onder begeleiding van de ME het veld opgekomen) draaien de agenten hun gezicht allemaal naar het veld. Een agent die vlak in de buurt staat kan zich niet bedwingen en maakt onder zijn oksel door nog even een foto van die buitenlander op de tribune. Ik kijk om me heen. Ik ben waarschijnlijk de enige niet-Peruaan in het hele stadion.

De politie heeft in Perú geen goede reputatie. Als je de lokale kranten leest lijken corruptie en machtsmisbruik aan de orde van de dag. Bij binnenkomst is het machtsvertoon meteen al duidelijk. Iedereen wordt uitgebreid gefouilleerd en mensen met een riem, worden gesommeerd deze af te doen. Alles voor de veiligheid. Je kunt er immers iemand mee wurgen, is de gedachte. Krijg ik m’n riem wel weer terug? “Ja hoor, na de wedstrijd kun je hem hier weer ophalen.”

De sfeer is prachtig. Het rode en blauwe blok staan de hele wedstrijd te springen en te zingen. Het niveau is redelijk. Een fantastische omhaal die zomaar binnenvliegt. Kortom, een prachtige pot. Het weerhoudt mijn nieuwe vriend er niet van om wat tegen mij aan te praten. Hij is lang geleden in Europa geweest en heeft Cruijff nog zien spelen in Camp Nou. Ik voel me vereerd. Of ik dan wel weet wie de grote vriend van Cruijff was in die tijd. Enigszins gegeneerd probeer ik te verhullen dat de naam van Sótil toch wel erg ver weggezakt was en dat ik niet precies weet wie hij was. De tot nu toe zo vriendelijke man kijkt mij opeens vol walging aan. Schande, hij was de grootste voetballer van heel Perú…

De wedstrijd sukkelt wat in slaap en we worden weer het heden ingetrokken door het eindsignaal van de reguliere speeltijd (2-2). Het fluitsignaal heeft nog niet geklonken of vijf man ME rent weer naar de scheidsrechter toe en begeleidt deze naar de kant.

Als tegen het eind van de verlenging de winnende goal valt, ontploft het stadion. Gelukkig het gedeelte waar ik in zit, aan de andere kant lijkt de pleuris uit te breken. Nog meer colonnes geüniformeerde mannen drommen samen voor het verliezende vak.

Na de wedstrijd ga ik op zoek naar m’n riem. Bij het distributiepunt nemen supporters zes á zeven riemen tegelijk mee. Ik maak me geen illusies. Die ben ik dus kwijt. De politie staat erbij en kijkt ernaar. Na uitgebreidere observatie moet ik deze waarneming bijstellen; de politie helpt bij het uitdelen van de riemen. Zucht, van sommige dingen zakt je broek af.

Foto bovenaan: nacion.com.