Het is tijd voor de Guardado-isering van de Eredivisie

Oké, we zijn een opleidingsland en we kiezen voor de jeugd. Maar zonder ervaren rotten is een team vol jonkies zo stuurloos als een boot vol Afrikaanse vluchtelingen. Goede Nederlandse veteranen zijn schaars, dus waarom niet eens scouten in het buitenland? Zoals PSV deed met Andrés Guardado.

De eerste herinnering die mij te binnen schiet als ik denk aan het WK van 2006 is dat ik in de rust van Argentinië-Mexico met mijn jongste broertje een balletje stond te trappen op het veld in de buurt. Geen idee waarom dat zo is blijven hangen. En wat mij van die wedstrijd is bijgebleven is niet de gestoord mooie winnende goal van Argentijn Maxi Rodríguez in de verlenging, maar het optreden van de toen nog maar 19-jarige Andrés Guardado. Geen idee waarom dat zo is blijven hangen.

Of misschien toch wel een beetje. Guardado was toen de jongste speler van Mexico’s selectie, maar had toch een basisplaats. In de 66 minuten voordat hij gewisseld werd maakte hij grote indruk met zijn goede passing, inzicht en werklust. De kans dat die jonge Andrés Guardado binnen een paar jaar bij een Champions League-favoriet zou spelen leek mij toen vrij groot. Bijna tien jaar later speelt hij bij PSV.

Slimme transfer

Toch is het feit dat Guardado nu in een roodwit-gestreept shirt op weg is naar een kampioenschap van Nederland, en niet van Europa, eerder knap van PSV, dan teleurstellend van de Mexicaan. Guardado is nu 28 en hij heeft inmiddels 112 interlands gespeeld. Drie WK’s maakte hij mee en hij voetbalde in de Primera División voor Deportivo La Coruña, waar hij lange tijd de sterspeler was, en Valencia. Oké, bij die laatste club gaat het minder, ze verhuurden hem vorig jaar aan Bayer Leverkusen (waar hij amper speelde) en dit jaar dus aan PSV. Maar voor Eredivisiebegrippen is het een grote speler.

En dat is dus precies wat onze nationale competitie nodig heeft. Zo’n beetje elke club houdt zich vast aan het mantra “we kiezen voor de jeugd”, terwijl bobo’s, kenners, journalisten en fans trots roepen dat “Nederland een opleidingsland is”. Heel mooi, maar de balans is een beetje zoekgeraakt. Bij Ajax is Nicolai Boilesen aanvoerder en bij Twente loopt Cuco Martina soms met de band om zijn arm rond. Ondertussen zitten fossielen als Orlando Engelaar, Khalid Boulahrouz, Joris Mathijsen en Luke Wilkshire gewoon nog op de bank in de Grolsch Veste en De Kuip in plaats van in verzorgingstehuis Het Vallende Doek.

Geen oude knarren meer

Hoewel Dirk Kuijt op weg is om de veelbelovende Feyenoord-carrière van Anass Achahbar in de kiem te smoren, lijkt er gelukkig (op het transferbeleid van Martin van Geel na dan) wel een einde te zijn gekomen aan de ‘we-halen-zo-veel-mogelijk-oude-grootheden-terug-en-dan-moet-het-vast-goed-gaan’-filosofie. Dit seizoen spelen er in de Eredivisie slechts 24 spelers die de 32 zijn gepasseerd. De meesten daarvan spelen bij kleinere clubs en kunnen daar nog een bijdrage leveren.

De grotere clubs beginnen langzaam maar zeker kwaliteit te verkiezen boven ervaring. Zoals wij al eerder schreven, gaat dat bij bijvoorbeeld Ajax nog niet altijd even goed (Niki Zimling-alert). Toch zien we met Guardado, volgens sommigen de beste speler van de Eredivisie, en Karim El Ahmadi bij Feyenoord al wat mooie schoten in de roos. Colin Kazim-Richards is nooit onomstreden, maar totdat Achahbar afgelopen zondag opstond misten de Rotterdammers de geblesseerde Turk wel. De oude routinier (denk aan Giovanni van Bronckhorst, Jaap Stam, Edgar Davids, Tim de Cler, Kevin Hofland, Jon-Dahl Tomasson, Wilfred Bouma, André Ooijer) is vervangen door een ervaren bijna-dertiger.

Het buitenland

Om een goede (bijna-)dertiger met een Nederlands paspoort te vinden die ook nog eens terug wil komen naar Nederland, moet je geluk hebben. Spelers als Wesley Sneijder, Nigel de Jong, Gregory van der Wiel, Jeremain Lens, Ron Vlaar, Ibrahim Afellay, Eljero Elia en Urby Emanuelson zijn nog te goed voor de Eredivisie, terwijl je Ryan Babel, Ryan Donk, Hedwiges Maduro en Royston Drenthe niet wil hebben als je kampioen wil worden. Daarom is het tijd om de grenzen open te gooien en te kiezen voor een Guardado-isering van de Eredivisie. Laat de buitenlanders binnen!

Waarom scouten PSV, Ajax en Feyenoord niet eens bij middenmoters in de Bundesliga, Serie A of Primera División? De Premier League is te duur, maar bij bijvoorbeeld Eintracht Frankfurt of FSV Mainz spelen prima spelers van eind twintig die vast wel eens een keer in de Champions League of Europa League willen spelen. En als Lazio Roma zo graag Welsey Hoedt wil hebben, waarom zou AZ dan geen ruil met een ervaren man als Mickael Ciani of Ederson in de deal proberen te betrekken?

Creativiteit

Club Brugge staat netjes eerste in de Belgische competitie en is volgens sommigen zelfs de beste club van de Benelux. Naast een mooie lichting toptalent hebben ervaren mannen als Francisco Silva (29, Chili), Claudemir (26, Brazilië), Víctor Vázquez (28, Spanje) en Lior Rafaelov (28, Israël) een belangrijk aandeel in het succes. Soms moet je creatief zijn en spelers uit alle hoeken van de transfermarkt plukken. Dat Claudemir, die in 2010 nog bij Vitesse speelde, alweer vergeten was in Nederland toont aan hoe blind topclubs hier zijn voor de mogelijkheden.

Met Guardado als één van de uitblinkers in het team van de straks afgetekende kampioen van Nederland, is hopelijk de trend gezet. Clubs zullen zien dat het loont om ervaren buitenlanders aan te trekken en ervaren buitenlanders zullen zien dat het loont om naar Nederland te komen. En dan zullen er volgend jaar misschien meer oude WK-helden in onze mooie competitie voetballen. Plus Dirk Kuijt.

Foto bovenaan: vivelohoy.com.