Nacht in Bologna

In het derde deel van Thomas Rensens reis naar Italië, doet hij Bologna FC aan. De trotse club werd in het verleden zeven keer kampioen van de Serie A, maar bivakkeert nu op het tweede niveau. De opvallendste man in het stadion is geen speler, maar een fanatieke aanhanger van ruim in de tachtig, die negentig minuten lang tekeer gaat.

Bologna, een stad bekend vanwege het zeer goede eten. Een plaats wereldberoemd om de oude gebouwen met rode daken, waardoor het de bijnaam La Rossa heeft. En natuurlijk is dit de plek met de oudste universiteit ter wereld, zo’n duizend jaar oud.

De stad staat helaas niet bekend om zijn voetbalclub, Bologna FC 1909. Het werd weliswaar zeven keer kampioen van Italië, maar de laatste keer dat ze mochten feesten was in 1964. Tegenwoordig spelen I Rossoblu (de roodblauwen) in de Serie B, in een stadion dat veel te groot is: Stadio Renato Dall’Ara. En juist vanwege dat stadion ben ik vandaag neergestreken in Bologna. Niet vanwege de universiteit, niet vanwege de rode daken, maar vanwege dit gebouw uit 1927.

Een gebouw van bakstenen, met gewelven, bogen en… een marathontoren. Of, zoals het veel mooier in het Italiaans heet, de Torre di Maratona. Voor mij is deze toren, die ik goed ken van de vele foto’s die ik van het stadion gezien heb, net zo bijzonder als de beroemde torens in het middeleeuwse centrum. Daarom is het een gemakkelijke beslissing voor welke tribune ik een kaartje koop. Deze toren wil ik van dichtbij zien, meemaken, aanraken!

De avond is al gevallen in de bergen rondom het stadion. Vanaf de tribune zie je in de verte een verlicht kerkje en auto’s die voorzichtig de haarspeldbochten nemen. Onder mij staan de spelers al klaar voor de aftrap. Ik besluit te blijven staan deze wedstrijd. Geen stoeltje met te weinig beenruimte voor mij, maar een mooi plekje precies onder de marathontoren. Daar sta ik uit de wind, precies ter hoogte van de middenlijn, onder een stukje historie.

Op deze lange zijde heb ik goed zicht op de Curva Bulgarelli, het fanatieke gedeelte. Nou ja, ook op mijn tribune heb je een fanatiek gedeelte. Recht voor me, ook staand, is een mannetje van ruim over de 80. Een typische Italiaan. Hij is klein van postuur, zijn grijze haren komen onder een pet vandaan en zijn bloeddruk lijkt standaard op 200 te liggen. Ik denk dat hij tijdens een wedstrijd net zoveel kilometers aflegt als een gemiddelde middenvelder. Tussen de toren en de achterste rij stoelen is een pad van ongeveer een meter breed, over de gehele lange zijde. En dit mannetje loopt mee met de bal. Gebarend, pratend en schreeuwend. Hij heeft twee vrienden bij de toren staan waar hij af en toe mee praat, voordat hij er weer de pas in zet. Af en toe moet ik me geheel tegen de toren aandrukken, wil hij niet tegen me op lopen. Ik sta duidelijk in de weg.

En dan gaat het nog mis ook. Er is op het veld niets te merken van het feit dat Bologna een goede kandidaat is om te promoveren naar de Serie A. Tegenstander Vicenza is een stuk beter. Al na dertien minuten schiet Moretti van afstand binnen. De 80-jarige man vloekt en zijn passen worden alleen maar driftiger. In de tweede helft schiet diezelfde Moretti nog een keer raak van buiten het zestienmetergebied en dat kan het mannetje helemaal niet aan. Hij wendt zijn hoofd naar boven. Naar God? Naar wat? Misschien denkt hij wel terug aan 1964. Toen versloegen ze Juventus, nu verliezen ze van Vicenza.

Na afloop komt het mannetje bij zijn vrienden staan. Hij zucht alleen maar. De andere twee zwijgen ook. De lichten van de Torre di Maratona doven. Het is nacht in Bologna.

Lees ook de vorige delen van Thomas’ reis door Italië:

Met de bus door Napels

Heimwee naar de heilige Diego

Foto bovenaan: Thomas Rensen