Column: Het boek van Pastoor

Alex Pastoor staat met Sparta Rotterdam zesde in de Jupiler League. Toen Stan van den Steenhoven afgelopen week een interview met hem las, kon hij heel snel concluderen dat voor de trainer een veel mooiere toekomst in het verschiet ligt.

Het is zonde dat Alex Pastoor nog steeds trainer is. Pastoor is trainer van Sparta Rotterdam. Nog niet zo heel lang geleden was Sparta de club waar grote trainers als Aad de Mos en Henk ten Cate een minicontract tekenden omdat ze de illusie hadden dat ze met al hun expertise het zooitje ongeregeld wel even op de rit zouden krijgen. Beiden faalden en toonden aan dat de laatste club waar je naartoe moet gaan als je als trainer je blazoen wil oppoetsen, Sparta Rotterdam is. Op zo’n moment weet je dat Alex Pastoor om de hoek komt.

Alex Pastoor is bereid te allen tijde te bewijzen dat hij wél kan wat anderen niet kunnen. Hij heeft iets weg van Louis van Gaal, maar dan zonder te denken dat Van Gaal de beste trainer van de wereld is; dat is Pastoor namelijk zelf. “Ik doe geen concessies aan wie ik ben”, zei Pastoor afgelopen week in een interview met Voetbal International. Prachtige uitspraak van een trainer, weer eens wat anders dan: we zitten in de hoek waar de klappen vallen en moeten zorgen dat zo snel mogelijk de neuzen weer dezelfde kant op staan.

Ik was onder de indruk van het interview met Pastoor, niet alleen vanwege de bril die hij op de foto draagt. De wijsheid spat ervan af, nog voordat je ook maar één spreuk van hem hebt gelezen. Pastoor staat op de foto langs de lijn bij, je zou bijna denken de eerste voetbalwedstrijd die ooit gespeeld werd. Hij heeft het spelletje zojuist bedacht en mag constateren dat zijn uitvoerders het voor een eerste keer alleraardigst doen.

Ik laat me nogal eens intimideren door brildragers. Zet Aad de Mos een bril op en hij gaat ineens dingen zeggen die gewoon iedereen kan volgen. Druk Anouar Kali een bril op de neus en je hebt totaal niet het idee dat hij ooit de kaak van een collega heeft gebroken. Sepp Blatter, de corrupte FIFA-baas van wie elk uitgesproken lidwoord nog in twijfel zou moeten worden getrokken, zet bij een belangrijke speech ook af en toe even een bril op. Hij spreekt abrupt de waarheid.

Het is zonde dat Pastoor slechts trainer van Sparta Rotterdam is. Ik werd er door dat interview aan herinnerd dat Pastoor nog elke dag tactisch loopt te denken op een trainingsveld, ik was in de veronderstelling dat hij allang in een hutje op de hei aan z’n meesterwerk was begonnen. Dat hoop je namelijk, als je ook maar drie alinea’s van het interview hebt gelezen: die man, die heel hard roept dat hij makkelijk zonder voetbal zou kunnen, moet hier iets mee doen.

“De wens dat opportunisme uit het voetbal verdwijnt, is net zo’n illusie als dat je de honger uit de wereld kunt verbannen.” Hij zei het echt. Dat een man met zulke wijsheden trainer is van het anonieme Sparta, is net zo zonde als dat Harry Mulisch z’n hele leven achter de kassa van een boekhandel had gezeten. Gelukkig komt, ergens tegen het einde van het interview, het hoge woord eruit: “Er komt nog weleens een boek van mijn hand, waarin ik mijn verhaal zal doen.” Ik kan niet wachten. “Als je als trainer denkt in het paradijs te kunnen werken, kun je er beter een eind aan maken.” Laten we hopen dat hij het heel snel doet en dan gaat doen waar zijn hart en talenten écht liggen. Laten we hopen dat Pastoor vooral geen enkele concessie doet, aan wie hij is.

Foto bovenaan: nu.nl.