Hoe viert PSV stiekem het kampioenschap?

Dit weekend won PSV nog maar eens een wedstrijd. AZ werd met 2-4 verslagen, en na vier seizoenen Ajax krijgt Nederland weer een nieuwe landskampioen. Over een tijdje mag PSV voor de 22e keer in haar historie zich de beste noemen. Alleen weet nog niet iedereen dit zeker, gelooft nog niet heel het land in het feest van PSV.

Het is vrijdagavond als de scheidsrechter fluit voor het einde van de wedstrijd. Op het scorebord staat weer een overwinning voor PSV. De twintigste van dit seizoen. Spelers van AZ geven spelers van PSV een hand en feliciteren hun met de zege. De trainers van beide teams, Cocu en Van den Brom, praten nog wat na, terwijl de spelers uit Eindhoven het publiek bedanken en daarna tevreden van het veld af lopen. Het lijkt een routineklus. De route van werk naar huis, afrekenen bij de supermarkt, en het schillen van de aardappels. Je doet het zonder veel bij na te denken.

Als de spelers half bloot in de kleedkamer zitten, komt Phillip Cocu binnen. Sommige jongens staan al onder de douche, anderen zijn nog bezig met de knoop uit hun veters halen als de trainer inzet: “Waar is dat feestje?!” Lachend, springend, hard en soms vals zingen de spelers mee met de trainer die midden in de kleedkamer op de massagetafel is gaan staan. Mexicaan Andrés Guardado danst met zijn heupen, en Jetro Willems geeft met een rolfluitje in zijn mond de maat aan. Maher opent zijn sporttas en haalt daar een kampioensschaal uit die hij afgelopen week zelf heeft geknutseld met papier-maché. Met Wijnaldum voorop, en de stem van Guus Meeuwis uit de boxen, loopt de selectie van PSV de polonaise, door de kleedkamer.

Het is het feestje dat PSV na de winterstop elk weekend in de kleedkamer viert. De ene week in hun eigen kleedkamer in het Philips Stadion, de andere week in de kleedkamer voor de bezoekende gasten ergens in Nederland, zoals nu in Alkmaar. Terwijl de voorsprong op Ajax steeds groter wordt, en journalisten en supporters zich afvragen wanneer iemand durft te zeggen dat ze kampioen worden, hebben ze bij PSV iedere week hun eigen feestje en is reservedoelman Remko Pasveer de grote gangmaker.

Als het nog wachten is tot ook Luciano Narsingh zich als laatste helemaal heeft aangekleed, zit Memphis alvast te bedenken op welke plek van zijn lichaam hij het kampioensschap van dit jaar zal laten tatoeëren. Hij vraagt zijn ploeggenoten wat voor tekst of plaatje hij daarvoor zal gaan gebruiken. Als stagiair Mark van Bommel voor de spiegel nog even zijn krulletjes in een prettig zittend model brengt, neemt Cocu weer het woord: “Mondjes dicht tegen Joep, he?”

Joep is Joep Schreuder, de verslaggever met een microfoon in zijn hand die niet kan wachten totdat een PSV-speler tegen hem zegt dat ze kans maken op het kampioenschap. Georginio Wijnaldum vult zijn trainer aan: “Zeg tegen hem dat we ons richten op de volgende wedstrijd, of dat we ons focussen op de partij van onze training op maandag. Praat maar tegen hem, alsof we vinden dat we nog beter kunnen. Dat we compacter moeten verdedigen, of scherper moeten zijn voor het doel. Gewoon van die standaard zinnen, zeg maar.”

Maher bergt zijn zelfgemaakte kampioensschaal weer op in zijn sporttas, en de selectie die aan het eind van het jaar kampioen is van Nederland loopt de kleedkamer uit. Op weg naar Joep, op weg naar de camera’s en de gesprekjes waarin ze verbergen wat ze al een tijdje weten. Alsof ze zwanger zijn, en wijdere kleding dragen om het nog even geheim te houden vertellen ze niks over hun kampioensfeest. Nog niet.

Foto bovenaan: ed.nl.