Mannen Wiens Voeten Wij Kussen #15: Yacine Brahimi

Yacine Brahimi is keihard op weg om één van de grootste voetballers van deze planeet te worden. De 24-jarige Algerijn uit Parijs was een jaar geleden nog een grote onbekende, maar Brahimi heeft de weg der geleidelijkheid gekozen. Toch verdient de man die beter dribbelt dan Lionel Messi en Cristiano Ronaldo alvast een hartstochtelijke ode.

Eén keer in de zoveel jaar produceert het universum een voetballer met de ongrijpbaarste, ontrainbaarste en hoogst gewaardeerde kwaliteit van de voetbalsport: de dribbel. Een door de natuur gegeven talent zo zeldzaam en zo gewild dat zij die het bezitten als legendes de geschiedenisboeken ingaan: Garrincha, Pelé, Cruijff, Maradona, Ronaldo, Ronaldinho en tegenwoordig mannen als Messi, Neymar en Robben zijn de smaakmakers van het voetbal. De dribbel die zij bezitten komt, dichter nog dan fabelachtige passing of een heerlijke traptechniek, het dichtst bij kunst, magie of zelfs iets goddelijks. Zij die zijn uitverkoren tot het dribbelaarschap zijn de mannen die het publiek in vervoering brengen, met een uitbarsting van onvoorspelbaarheid wedstrijden en kampioenschappen kunnen beslissen en geschiedenis kunnen schrijven.

Doordat de kunst van het dribbelen een zo goed als aangeboren talent is, bijna niet te trainen valt en voor een groot deel intuïtief is en te maken heeft met een aangeboren snelheid, creativiteit en balgevoel, wordt er vaak gezegd: hij heeft een goede dribbel. Zij die in het bezit zijn van deze dribbel zijn de bezitters van de kostbaarste schat van de voetbalwereld en hebben een zware taak, er wordt van ze verwacht dat ze het allerhoogste bereiken. Zo lang als de lijst met beroemde dribbelaars is, zo lang is ook de lijst van mislukte dribbelaars. Denk aan Freddy Adu of Alexandre Pato. Een dribbel hebben kan zowel een zegen als een vloek zijn. Dribbelaars lijken voorbestemd voor de hoogste roem, of de grootste mislukking.

Daarom is het zo bijzonder wat Yacine Brahimi doet. Net als alle bovenstaande namen heeft ook Yacine Brahimi de dribbel. En hij heeft niet zomaar de dribbel, the dribble is strong in this one. Toch leek de in Parijs geboren en getogen aanvallende middenvelder hard op weg te zijn om aan de lange lijst met flops toegevoegd te worden. Na via de jeugdopleiding van Paris Saint-Germain (dat nu wellicht miljoenen voor hem wil betalen) bij Stade Rennes terechtgekomen te zijn liet hij in 2009/2010 op huurbasis bij Clermont in de Ligue 2 voor het eerst zijn klasse zien. Brahimi was grandioos en leidde zijn ploegje bijna naar promotie. Arsenal en Real Madrid klopten aan, maar Brahimi wilde niet. Brahimi had een plan.

Nog geen twee jaar later leek zijn plan in duigen te zijn gevallen. Door blessures en een grillige vorm was het hem niet gelukt om de ervaren spelmaker Jerome Leroy uit de basis te spelen bij Rennes en waar zijn generatiegenoot Yann M’Vila Frans international was en de clubs voor het uitkiezen had, was Brahimi overbodig bij Franse subtopper. Hij had een dribbel, een geweldige dribbel, maar wat had hij nog meer?

FC Granada, één van de kleinere clubs van Spanje, wilde de gok wel met hem nemen. Granada, dochterclub van het Italiaanse Udinese, leidt spelers op voor de middenmoter uit Udine. Het Pozzo-imperium, dat naast Udinese en Granada ook het Engelse Watford bezit, koopt ieder jaar ladingen aan talenten op, in de hoop dat er een paar pareltjes tussen zitten. Misschien dat Brahimi nog wel wat zou worden, misschien ook niet, het maakte niet zo veel uit.

Yacine Brahimi, 22 jaar oud al, was echter niet van plan om een naamloze bakvis te worden in het net van de Pozzo’s en wekte zijn oude plan, geleidelijk naar de wereldtop toewerken, weer tot leven. De volgers zagen zijn passing wekelijks verbeteren, merkten dat hij voor de goal rustiger en beslissender was, dat hij slimmer de ruimtes in begon te lopen en steeds bepalender werd voor zijn ploeg. En, maar dat kon zelfs een blinde zien, ze zagen zijn fabelachtige dribbels. Spelend bij een degradatiekandidaat was Yacine Brahimi de koning van dribbel, met een gemiddelde van 5,1 geslaagde dribbels per wedstrijd, beter dan Lionel Messi (4,6), Neymar (3,1) en Cristiano Ronaldo (2,5). In heel Europa deed alleen Franck Ribéry het met 5,7 beter.

Ondertussen had Brahimi in 2013 besloten zijn droom om in het Franse elftal uit te komen (in alle jeugdteams was hij basisspeler geweest) vaarwel te zeggen en te kiezen voor Algerije. Bescheiden als hij is zei hij dat hij zo lang met die beslissing had gewacht omdat hij nog niet eerder vond dat hij er goed genoeg voor was. Maar toen hij de keuze eenmaal gemaakt had, was hij ook echt wel goed genoeg.

In de sympathieke ploeg die op het WK in de achtste finale pas in de verlenging door de latere Wereldkampioen Duitsland verslagen werd, was Yacine Brahimi tussen zijn hard werkende, onverzettelijke ploeggenoten het vonkje magie, het spoortje genialiteit, het stukje natuurtalent dat van Algerije meer maakte dan zomaar een goedwillende zwakke broeder op een WK. De wereld maakte kennis met een al 24-jarige aanvallende middenvelder van een klein Spaans clubje die het heiligste der heilige geschenken bezat: een dribbel.

Inmiddels is Yacine Brahimi heel hard op weg naar dat andere lijstje, het lijstje met fenomenale dribbelkoningen. Hij werd door de BBC verkozen tot Afrikaans Voetballer van het Jaar 2014 en speelt nu bij FC Porto, waar hij met 9 goals en 8 assists in 23 officiële wedstrijden één van de sterspelers is. Grote clubs als Paris Saint-Germain houden hem nauwlettend in de gaten en hij leidde Algerije afgelopen maandag naar een 3-1 overwinning op Zuid-Afrika in hun openingswedstrijd op de Afrika Cup.

Als Yacine Brahimi straks in één adem genoemd wordt met de andere grote dribbelaars van zijn tijd, zal hij trots in dat rijtje mogen staan. De Algerijnse aanvallende middenvelder, inmiddels veel méér dan alleen een dribbelaar, verspilde bijna zijn immense talent, maar heeft het tij net op tijd gekeerd.

Foto bovenaan: squawka.com.

De vorige Mannen Wiens Voeten Wij Kussen: Manuel Neuer