Wat is de toekomst van de voetbalselfie?

Tijdens de derby tussen AS Roma en Lazio maakte Fransesco Totti twee doelpunten en een selfie. Zijn doelpunten was mooi, maar zijn selfie mislukte. Volgens de spelregels van de KNVB kan een scheidsrechter een gele kaart geven omdat een speler dan aan het tijdrekken is. Als een voetballer geen selfie mag maken, heb je altijd nog het publiek dat een foto kan maken. 

AS Roma speelde tegen Lazio. Een voetbalwedstrijd, een derby, een gevecht, en uiteindelijk een gelijkspel. Voordat de wedstrijd begon, waren in het supportersvak van AS Roma een aantal portretten te zien. Fans van de club hadden hun grootste helden op grote doeken geschilderd en meegenomen naar het stadion. Zestien portretten die normaal naast een Michelangelo in een museum kunnen hangen, werden uitgerold op de tribune, één van de portretten was van Francesco Totti. De jongen die in 1992 zijn eerste wedstrijd in het prachtige donkerrode shirt speelde, werd een man die nog steeds als gladiator het veld betreedt. De voetballer die tijdens deze wedstrijd twee doelpunten maakte, werd de fotograaf van een mislukte selfie.

Het staat 1-2 voor Lazio, als er een voorzet komt. Totti spring op, hij hangt in de lucht. Zijn rechterbeen strekt zich, zijn voet raakt de bal. Precies goed. Stefan de Vrij, verdediger van Lazio, kijkt toe hoe de aanvoerder van AS Roma een prachtig doelpunt maakt. Hij kijkt naar het scorebord en ziet dat het 2-2 staat. Terwijl de spelers van Lazio willen aftrappen staat Totti met een telefoon in zijn hand nog bij zijn fans. Hij juicht niet, hij doet alsof. Met zijn ene hand maakt hij half een vuist, en met zijn andere hand probeert hij op het goede moment een knopje in te drukken, voor een selfie. Zijn vingers die een hartje hadden kunnen maken, concentreren zich op een knopje van zijn telefoon. “Nu zal iedereen zich deze goal herinneren”, zei Totti na afloop van de wedstrijd.

Maar op de selfie die Francesco maakte is niet te zien hoe hij in de lucht hangt, of hoe hij de bal raakt. Op zijn selfie is geen vloekende Stefan de Vrij te zien, en geen ploeggenoot die hem feliciteert. Op de selfie van Francesco is niet eens zijn eigen gebalde vuist te zien. Onderaan de foto staat een hoofd, op de achtergrond het publiek en in het midden een man met een wit hesje en een fotocamera voor zijn gezicht.

Een selfie is een foto, waarbij je achteraf kunt zien dat je er zelf bij bent geweest, maar daarvoor moet je er wel met je rug naar toe gekeerd staan. Na de selfie van Totti zullen supporters dit idee gaan overnemen. Op de tribune zit iedereen na een doelpunt met zijn rug naar het veld toe om een selfie te maken. Een stadion vol met mensen die worstelen met de juiste compositie en net te laat het knopje indrukken.

Fans die vergeten te juichen omdat ze bezig zijn hun telefoon te pakken, en de juiste instellingen zoeken. Robben, Rooney, Messi en Michael de Leeuw, hebben een doelpunt gemaakt. In hun eigen stadion en op hun eigen niveau, maar het gevoel van vreugde is hetzelfde. Hun mond gaat open, hun vingers vormen een stevige vuist, wijzen naar de man van de assist, of wijzen hoog in de lucht. De ene juichende speler rent in de armen van zijn coach of van zijn ploeggenoten, de andere staat met zijn armen gespreid naar het publiek.

Als het juichen is afgelopen, de vuisten langzaam weer soepele vingers worden, vreugdetranen zijn afgeveegd met de mouw van een voetbalshirt en Robben, Rooney, Messi, en Michael de Leeuw weer terug lopen naar hun eigen helft zijn er duizenden selfies gemaakt vanaf te tribune. Ze zijn scheef, bewogen en vooral te laat gemaakt. Achter hun eigen gezicht zien de fotografen een speler die wegloopt na het juichen.

De volgende dag is op de voorpagina van de krant een prachtige foto te zien, gemaakt van het juichen. Precies op het goede moment, en precies vanuit de mooiste hoek met het beste licht. Robben, Rooney, Messi, en Michael de Leeuw kijken niet in de camera, maar lopen juichend over het veld.

Van het WK ’98 herkent iedereen de pass van Frank de Boer, het zweven van de bal, de aanname van Dennis Bergkamp en diens goal. Iedereen kent het commentaar van Jack van Gelder en de foto waarbij de doelpuntenmaker met zijn handen voor zijn gezicht, vol van vreugde, aan het rennen is. Op de foto staan drie witte lijnen op een voetbalveld en het gevoel van Dennis. Aan de andere kant van de lens staat fotograaf Pim Ras. De man die tijdens wedstrijden een wit hesje draagt, en de man die van dat moment gelukkig geen selfie maakte. Omdat niemand de goal van Dennis is vergeten, mag de foto van Pim Ras wel naast Michelangelo in het museum hangen, en die van Totti niet.

Laat de voetballers scoren en juichen en de mannen met witte hesjes de foto’s maar maken.

Foto bovenaan: Francesco Totti maakt een selfie. Bron: mashable.com