Column: El Niño leeft weer

Fernando Torres is weer spits van Atlético Madrid. De man die de afgelopen jaren het scoren leek te zijn verleerd, is volgens Stan van den Steenhoven weer op de plek waar hij hoort te zijn. Hoeveel of hoe weinig hij ook gaat scoren.

Zaterdag speelde Atlético Madrid thuis tegen Levante. Er zaten ruim 52.000 mensen op de tribunes te kijken. Een daarvan was Fernando Torres. De volgende dag keek maar een iets kleiner aantal vanaf dezelfde tribunes naar hem, terwijl hij helemaal niets deed.

Kleine voetballertjes willen spits zijn. Omdat spitsen scoren, het eindstation zijn waar iedereen uitstapt, de confetti over zich heen krijgen, Gouden Ballen opeisen en voor vele miljoenen van club wisselen. Spitsen beslissen wedstrijden, staan op topscorerslijsten, horen wekelijks publiek in vreugde uitbarsten, door wat zíj deden.

De aanbidding van spitsen neemt soms extreme vormen aan. Uiteindelijk is de spits ook maar degene die de slagroom op een mooie aanval spuit. Hij die de brief door de gleuf van een brievenbus steekt nadat zes andere mensen hem aan de weg ernaartoe hebben geholpen. De spits is heel vaak degene die het laatste lullige tikje geeft en zichzelf dan met een stalen blik in de ogen op de borst slaat. Hij die doelpunten in z’n eentje viert, terwijl z’n teamgenoten alweer hun positie opzoeken. De spits is negen van de tien keer degene die bij een chic feestje andermans Jaguar inparkeert.

Hoe fanatiek je de waarde van een spits ook probeert te reduceren, uiteindelijk drukt híj je boek, klikt hij op verzenden bij een belangrijke mail. En dus wil iedereen hem hebben. Dat gold een paar jaar geleden voor Fernando Torres. Toen de Spanjaard begin 2011 voor bijna zestig miljoen euro door Liverpool aan Chelsea werd verkocht, lag de wereld aan zijn voeten. In drieënhalf seizoen had hij 65 keer gescoord in de Premier League. In de vier jaren die volgden maakte hij er twintig.

Torres is al een aantal jaar de definitie van het begrip bergafwaarts – in menig woordenboek ook zo te vinden, en men begrijpt meteen wat er wordt bedoeld. Atlético Madrid, dat hem jaren geleden opleidde, haalde hem vorige week terug. Ze ruilden hem met AC Milan, dat dolgraag van de huurspeler af wilde, voor Alessio Cerci. De Italiaan maakte net als Torres in de afgelopen zes maanden één doelpunt. Een loser voor een loser dus, bot geformuleerd. Maar Torres was, afgelopen zondag, in een bijna vol Vicente Calderón allesbehalve een verliezer. Onder luid applaus werd hij begroet door de mensen die een dag eerder nog mét hem hun club aanmoedigden. Hier werd geen spits gepresenteerd, maar een kind. El Niño leeft weer.

Foto bovenaan: Squawka.com