Hoe ziet de toekomst van de Hollandse School eruit?

Afgelopen maandag hield de KNVB een congres over de toekomst van het Nederlandse voetbal. Er werd gepraat over de Hollandse School, hoe het vroeger ging en hoe het straks verder moet. Johan Visser vond het verdacht veel lijken op een echte school, en een reünie vol oudgedienden.

Alsof het een reünie is komen de oud-leerlingen bij elkaar. Eén voor één komen ze binnen. Er zijn een aantal leerlingen uit de klas van ’74, ook de generatie van ’98 en de jongens uit de klas van 2010 zijn aanwezig. Ze stappen uit hun auto’s en begroeten hun maten op dezelfde manier als vroeger bij het fietsenrek, ze zijn net op tijd of net te laat. Het maakt niet veel uit. Boven de hoofdingang van de school staat nog steeds die ene spreuk. Het zou zomaar kunnen dat het Latijn is. Het is onleesbaar, maar toch weet iedereen zo ongeveer de betekenis. Dat alles gaat om schoonheid.

Er worden groepjes gevormd, er wordt gelachen en geroddeld. De tafels en stoelen staan nog steeds in dezelfde formatie als altijd. Achteraan bij de muur een rij van vier en daarvoor twee rijen van drie. In de gangen van het gebouw werd altijd gesproken over 4-3-3, maar niet iedereen was het daarmee eens. Vandaag, nu iedereen weer eens bij elkaar is, wordt nog steeds over gediscussieerd.

Om van de reünie iets bijzonders te maken is er een leraar van buitenaf gevraagd. Een leraar van een andere school heeft een les voorbereid, en al snel lijkt de reünie op een doordeweekse schooldag. De mannen zijn weer jongens geworden. Sommigen gaan driftig met de stoelen en tafels schuiven om te laten zien dat dit beter is voor de samenwerking. Anderen observeren alles van een afstandje. Bert van Marwijk en Willem van Hanegem spijbelen, maar worden niet opgeschreven op de afwezigheidslijst. Op de eerste rij zit Ron Jans genietend om zich heen te kijken. Co Adriaanse staat op, pakt een krijtje en tekent verschillende lijnen op het schoolbord. Er wordt gestemd voor de bestemming van het schoolreisje, de Champions league-finale of de finale van het EK. En Mark van Bommel legt aan de klasgenoot die naast hem zit uit hoe je een winnaarsmentaliteit creëert.

Terwijl Johan Cruijff een spreekbeurt geeft zit Frank de Boer tijdens het luisteren gedachteloos zijn aantekeningenpapier vol te tekenen met driehoekjes. En terwijl Clarence Seedorf een uitgebreid antwoord geeft op de vraag van de leraar, kijkt Giovanni van Bronckhorst naar buiten. Naar het schoolplein.

Buiten op het schoolplein is het leeg. Op de plek waar buiten gestaan, gezeten, gehangen en gevoetbald zou moeten worden, is niks te zien. Bijna niks, alleen een aantal kleine kinderen rennen achter elkaar aan. Ze spelen tikkertje, met als enige doel de ander te tikken en hem de beurt te geven om ook weer iemand anders te tikken. De echte buitenspelers zitten binnen.

Het Nederlandse voetbal is vrolijk tikkertje willen spelen terwijl buitenlandse teams de jongens een duw geven. De Nederlandse voetballers zijn de buitenspelers, die worden geduwd en getackeld, of heel soms een schwalbe maken, maar altijd weer opstaan om iets nieuws te bedenken. De spelers die soms ter plekke een eigen variant verzinnen op het oude tikkertje door de regels een klein beetje te veranderen. Soms wordt tikken iets meer duwen, en soms wordt schoonheid iets meer winnen. Maar die ene spreuk boven de schoolingang zullen ze nooit vergeten.

Foto bovenaan: Johan Cruijff. Bron: Metronieuws.nl