VV Houtje Touwtje: Het Gevallen Talent

In VV Houtje Touwtje bezingt Frank Hettinga kenmerkende en markante figuren die haast iedere dag aanwezig zijn op de amateurvereniging. Vandaag is een groot talent terug van weggeweest, althans voor even dan.

In het vochtige gras loopt een rechtlijnig spoor van een smalle voet. Met aan weerszijden telkens twee kleine ronde afdrukken, als stempels die het warme rode kaarsvet op brieven verzegelen.

Het zijn de sporen van Nick. Onder begeleiding van zijn krukken strompelt hij voorzichtig langs het veld. Iedere pas met zijn linkervoet is er één. Het kost hem zichtbaar moeite. Met het hoofd voorover gebogen volgt hij de bewegingen, op weg naar de dug-out.

Langzaam hebben de wisselspelers door dat hij eraan komt. “Nick! Kijk, jongens daar hebben we onze Arjen Robben”, roept er één hard. “Hoe gaat het nou met de man van glas?” Nick zucht. “Wat denk je zelf, eikel?!”, wil hij snauwen. Maar hij zegt het niet. Even is het stil. “Het gaat”, mompelt Nick, terwijl hij zijn gezicht in zijn grote wijnrode sjaal begraaft.

“Maar”, vervolgt de wisselspeler op diezelfde luide toon, zodat iedereen het kan horen. “Hoe lang moet je nog dan?”

“Nog zeven maanden. Minimaal”, antwoordt Nick. “Alweer man!? Het houdt ook niet op, mooi klote zeg!”

Nick knikt.

De wisselspelers ouwehoeren verder en lijken de aanwezigheid van de jongen op krukken alweer te zijn vergeten. Als het zwarte eendje staat Nick naast de dug-out. Het is een typisch gevalletje van Rise and Fall. Deze keer niet van het Romeinse Rijk, maar van een spelerscarrière.

Het had zo anders kunnen lopen, denkt hij nog wel eens, als hij ’s nachts naar het plafond staart. Die vervloekte blessures. Wat als… Maar daar heb je niet zoveel aan, tenminste dat is wat zijn vader hem voorhoudt.

In de jeugdelftallen was hij de voetballer om wie het draaide. Een nummer tien, vlak achter de spits. Geen jongen met branie en grote bek, maar altijd de beste. En immer met de aanvoerdersband om zijn linkerarm gedrapeerd.

Maar kort na zijn debuut bij het eerste ging het bergafwaarts. Een gebroken been, een gescheurde meniscus en zwakke enkels beletten hem nu al drie jaar van het spelletje dat hij zo lief heeft. Met de bal aan de voet is hij het gelukkigst.

Langzaam verslapt Nicks aandacht op de wedstrijd. In zijn gedachten ziet hij zichzelf op het veld de bal oppikken rond de middenstip. Hij draait open en na een een-tweetje passeert hij drie man. Minutenlang zweeft de stiftbal over de keeper; zijn eerste goal voor de senioren.

Het daarop volgende gejuich kan Nick wel dromen. Maar ineens wordt zijn dagdroom bruut verstoord, zoals een verjaardagsfeest door een bezoekje van brallende koorballen. De scheidsrechter blaast met drie lange halen op zijn fluitje.

Een bloedeloze nul nul.

Eindelijk draait ook de trainer zich om. Al die tijd keek hij aan de zijlijn naar de wedstrijd. Alsof het team geen enkel ogenblik zonder die roeptoeter kan, denkt Nick. De jongen krijgt een bemoedigend tikje op zijn schouder. Meer niet. Zonder verder iets te zeggen loopt de trainer met het net vol ballen op zijn rug naar de kleedkamer.

Nick schuifelt geruisloos naar de uitgang van het sportpark. Het enige dat hij achterlaat zijn de sporen van zijn krukken en smalle linkervoet.

Foto: Bram van Damme