Wanneer gaan we ons écht gedragen?

Dat de tragische dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen – vandaag exact twee jaar geleden – zinloos was, wisten we al. Maar als we nu de balans opmaken kunnen we concluderen dat alle roep om ‘RESPECT’ en minder geweld al langgeleden weer weggestorven is…

Als er ooit iemand op een zinloze en tragische manier overleden is, dan is het Richard Nieuwenhuizen. In elkaar geslagen op een voetbalveld vanwege wat al dan niet verkeerde beslissingen als grensrechter, en later overleden in het ziekenhuis. Zijn zoon kon hem niet meer redden van de doorgedraaide idioten uit het team van de tegenstander op die donkere dag in Almere, 2 december 2012. Wie eraan terugdenkt voelt nog steeds de rillingen over zijn rug lopen. Het was, in ons land, het absolute dieptepunt in de helaas af en toe zo gewelddadige geschiedenis van het voetbal. Toch waren er twee jaar geleden strijdbaren, die ervoor wilden zorgen dat Nieuwenhuizens dood misschien toch nog ergens goed voor zou zijn: meer respect voor elkaar op het voetbalveld en minder blinde agressie, opdat zo’n drama als dit nooit meer plaats zou vinden. Twee jaar later zijn we niets opgeschoten.

Donkere dag in Almere

Iedereen kent het verhaal van Richard Nieuwenhuizen, de grensrechter van de B3 van SC Buiten Boys. Op de ochtend van 2 december 2012 moet hij gezellig met zijn zoon, de keeper van het elftal, aan het ontbijt hebben gezeten. Samen naar de club zijn gereden, gelachen hebben. Misschien gaf hij z’n zoon in de rust van de wedstrijd tegen SV Nieuw Sloten een knipoog en een beuk op zijn schouder: gaat lekker zo. Een dag later overleed Richard Nieuwenhuizen laat in de middag aan zijn verwondingen, hij was slechts 41 jaar oud. Genadeloos in elkaar geslagen en getrapt door een stel gefrustreerde voetballers en een voetbalvader, hoe zinloos wil je het hebben?

In de weken erna werden er uiteindelijk zeven verdachten opgepakt, zes spelers en een vader. De spelers, 15 en 16 jaar oud, kregen uiteindelijk twee jaar jeugddetentie, de vader zes jaar celstraf. Een schrale troost voor alle nabestaanden en een straf waarvan de zwaarte valt te betwisten. Er is nu niets meer aan te doen. In heel Nederland en ver daarbuiten werd gerouwd om de tragische dood van Nieuwenhuizen en het was een gebeurtenis die er volgens velen voor zou zorgen dat de voetbalwereld ‘nooit meer hetzelfde’ zou zijn.

RESPECT

In de dagen en weken na deze tragedie riep ieder weldenkend mens op tot meer respect en verdraagzaamheid op en rond het voetbalveld. Scheidsrechter Serdar Gözübüyük liet zijn armband met ‘RESPECT’ erop zien aan de misbaar makende FC Groningen-trainer Robert Maaskant, spelers deden hun best om zich in te houden na een volgens hun onterechte scheidsrechterlijke beslissing en de diehard-supporters lieten hun meest kwetsende spreekkoren voor een keertje thuis. Een nieuwe wind waaide door de voetbalwereld, maar het was ook een vreemde situatie. We wisten met z’n allen dat we ons moesten gedragen, want grensrechter, maar we wisten eigenlijk allemaal niet zo goed hoe.

En na een paar weken proberen gaven we het maar op. De roep om minder agressie stierf langzaam weg en de goede voornemens van het Nieuwe Jaar werden, volgens traditie, niet waargemaakt. De scheidsrechter die het nog waagde de naam van Nieuwenhuizen te noemen als er weer eens een briesende voetballer voor hem stond, werd uitgelachen. Alles werd weer normaal. Voor zover je het normaal kunt noemen natuurlijk. Toen Marcel Oost, voorzitter van SC Buiten Boys, in het ziekenhuis op bezoek ging bij zijn gevallen clubman, perste Nieuwenhuizen er nog een paar woorden uit die niet toepasselijker hadden kunnen zijn: “Wat een kutvoetbal, hè?”

Kutvoetbal

Er is iets aan de edele voetbalsport die het slechtste in heel veel mensen naar boven haalt. Ieder weekend zijn er opstootjes te bewonderen op het voetbalveld, van Camp Nou tot veld 5 van FC Lutjebroek. Ieder weekend vliegen er meer scheldwoorden dan mooie passes over het gras, van de harde kernen van onze profclubs tot seksueel gefrustreerde voetbalvaders langs het amateurveld, die thuis niets te zeggen hebben. Op de één of andere manier is er in het voetbal een ziekelijke machocultuur ontstaan waardoor onze sport nog altijd één van de laatste bastions van schaamteloze homofobie en seksisme is.

Ook agressie en geweld zijn inmiddels bijna onlosmakelijk aan voetbal verbonden. Iedereen in de voetbalwereld ziet hooliganisme als iets ‘dat er nou eenmaal bij hoort’, maar eigenlijk is het natuurlijk bizar dat mensen elkaar systematisch in elkaar slaan om een potje voetbal. Met de dood van Richard Nieuwenhuizen dachten velen dat het toppunt nu wel bereikt zou zijn – en dat is hopelijk ook zo – en alles beter zou worden. Dat laatste is helaas nog altijd niet gelukt. Bij lange na niet. Dit weekend nog ging het mis bij een amateurwedstrijd tussen Overmaas D3 en SC Botlek D2. De 15-jarige scheidsrechter keurde een doelpunt van Overmaas af en een 40-jarige vader kon daar niet mee leven. Hij sloeg de jongen in zijn gezicht. Twee jaar na de dood van Nieuwenhuizen is er nog helemaal niets veranderd.

Wat nu?

Er moet een cultuuromslag plaatsvinden in de voetbalwereld, het overdreven machismo moet verdwijnen en plaatsmaken voor verdraagzaamheid. Maar hoe? In tegenstelling tot zo veel problemen in de voetballerij ligt het hier niet aan de FIFA, of de nationale bonden. Dit is een probleem dat van onderaf komt, dat sluimert in iedere F-pupil, dat tot uitbarsting komt bij iedere vader langs de lijn of op de tribune. Op de één of andere manier doet voetbal iets met zelfs de vriendelijkste mensen, waardoor ze negentig minuten lang veranderen in schuimbekkende Suárezzen. In acht jaar amateurvoetbal ben ik eigenlijk maar één persoon tegengekomen die nooit ook maar een seconde agressie toonde: Clemens, de sterspeler van het G-elftal van mijn club.

Het woord ‘waanzin’ waar De Telegraaf mee kopte op 7 december 2012 is misschien nog wel passender dan Nieuwenhuizens “kutvoetbal”. De waanzin is namelijk geen onvermijdelijk bijproduct van de voetbalsport, het zit allemaal tussen iedereens oren. Ga eens kijken bij het vrouwenvoetbal. Daar zie je niemand zeuren om een kaart, schwalbes maken of opstootjes uitlokken. Het kan dus wel. En in een sport als rugby, die naar de fysieke aard van de sport logischerwijs veel meer agressie zou moeten oproepen dan voetbal, gedraagt iedereen zich als een echte heer. Het is ironisch hoe in de voetballerij al die macho’s met hun opgefokte gedrag juist voorbijschieten aan het vertonen van echt mannelijk gedrag.

Het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Dat gevoel leefde vlak na 2 en 3 december 2012. De put is echter nog steeds open en de vraag is hoeveel kalveren er nog in om moeten komen voor er echt iets gaat gebeuren. De waanzin in het brein van de voetbalfan is er helaas niet uit te krijgen met ‘RESPECT’-bandjes of stadionverboden voor de allergrootste idioten. Op de één of andere manier moet de hele mentaliteit in de sport weer terug veranderen naar hoe het ooit allemaal begon: lekker een balletje trappen.

Maar hoe gaan we dat ooit voor elkaar krijgen? Niemand heeft er een antwoord op. We kunnen een paar weekjes voor een overleden grensrechter met z’n allen ons heel hard inhouden uit respect, maar langer dan dat kunnen we niet acteren. Gewoon normaal gedrag vertonen, zoals al die voetballers en supporters doordeweeks prima kunnen op werk en thuis op de bank, is in het weekend een onmogelijkheid. Hoe het ooit zo ver is gekomen is een net zo groot mysterie als hoe we dit ooit weer op gaan lossen, het einde is nog lang niet in zicht. Richard Nieuwenhuizen zag het, vlak voor het einde, misschien wel het beste. Wat een kutvoetbal, hè?

Foto bovenaan: de passende kop van De Telegraaf op vrijdag 7 december 2012. Bron: voetbalblog.nl.