VV Houtje Touwtje: Meneer Hoogmoed

In VV Houtje Touwtje bezingt Frank Hettinga kenmerkende en markante figuren die haast iedere dag aanwezig zijn op de amateurvereniging. Vandaag de beurt aan Meneer Hoogmoed die in een haast oneindige monoloog terugblikt op zijn beste seizoen ooit.

Wat verlang ik terug naar het seizoen 2010/2011. En wat een geweldige voetbalschoenen waren dat!? Mijn Ultimate Powerranger Canon Superfly Electric Blues. Als een summer of ’69, zo voelde dat jaar op wondersloffen. Weergaloos.

Souplesse, wendbaar, stijlvol, met schwung, moeiteloos, met flair, geraffineerd, sierlijk, smaakvol, chic, gracieus en soms spijkerhard. Weinig woorden zijn geschikt om de kwaliteiten van weleer goed te typeren.

Soms zeiden teamgenoten: “Je hebt echt een draaicirkel van een vrachtwagen.” In mijn hoofd veranderde ik die vrachtwagen dan in een wasmachine. Dat paste immers meer bij een speler van mijn kaliber.

Of diezelfde teamgenoten spraken me aan als waterdrager. Het wekte op mijn lachspieren. Ik snapte heus wel dat zij mijn genialiteit naar beneden probeerden te praten. Kregen zij ook een keer een mentale boost in het veld.

Daarom stemde ik in om die bijnaam op mijn mooie tenue te dragen. De Waterdrager. Nummer 23. Akkoord, alles voor de teamgeest.

Het totale mens principe van Louis van Gaal. Dat weten vrij weinig mensen, maar dat heeft hij overgenomen uit mijn standaardwerk: de Totale Mensch, een geschiedenis. Maar dat is nou niet iets waar ik te koop mee wil lopen.

Iedereen praat altijd over de pass van Frank de Boer op Dennis Bergkamp tegen Argentinië. 1998. Of als de een over Daley Blind begint. Dan antwoordt de ander: Van Persie, de zeehond, de snoek, 2014. Onmogelijke ballen.

Nou, daar draaide ik mijn hand niet voor om tijdens dat seizoen van 2010-2011. Cornertje? Honderd procent een assist. Vrije bal? Beckhams stijl, maar dan geperfectioneerd. Penalty? Waarom heet het nog een panenka?

Alles ging als vanzelf. Ook al droeg ik niet de aanvoerdersband. Ik was net als Robben de natuurlijke leider van het elftal.

Voor de wedstrijd, tijdens dode spelmomenten, in de rust of de kantine: ik bracht op Cruijffiaanse wijze de tactiek over op mijn medespelers. “Kom op jongens!” Of: “Breed!” Of nog beter: “Ik wil passie zien” En de beste van mijn spectrum: “Man!”

Kortom, ik raakte een snaar bij mijn jongens. Voor hun ouders was ik de ideale schoonzoon. Ik ruimde altijd netjes de ballen op, waste de shirts. Niet te warm natuurlijk en met wasverzachter. En het liefst drogend in de ochtendzon.

Waarom? Mijn makkers, mijn maatjes vonden het fijn. De regelmaat. Een gespreid bedje. Dan liep ik trots met de tas vol bezwete shirts en blubberige ballen gevangen in een netje naar de parkeerplaats van onze club, terwijl mijn teamgenoten dan nog een klein biertje dronken in de kantine.

Ik niet. Met mijn gedachten alweer bij de volgende wedstrijd.

Foto bovenaan: svsomeren.nl