Gooi die inworp maar overboord

In ‘Balletje Opgooien’ probeert Ruben van Vliet je elke twee weken aan het denken te zetten. Dit kan zijn door tegen de spreekwoordelijke stroom in te roeien, of een onderbelicht onderwerp te bespreken. Deze keer gaat het over de inworp.

De inworp is toch wel het meest onbegrijpelijke onderdeel van de edele voetbalsport. Je mag de bal als veldspeler alleen met je handen raken, als je aanlegt voor bijvoorbeeld een vrije trap. Maar als de zijlijn is gepasseerd, mag je de bal oppakken en uit je nek het veld ingooien. Kan dat niet anders?

Rory Delap zou normaal gesproken een dertien-in-een-dozijn-voetballer zijn geweest. Zijn carrière voerde hem namelijk langs clubs als Derby County, Sunderland en Southampton toen het nog niet het PEC Zwolle van Engeland was. Maar één talent maakte hem bekend: de verre inworp. Delap was in zijn jeugd namelijk begenadigd speerwerper. Hij werd dus een gevreesde ingooier.

Maar hoe trots moet je daarop zijn? En hoe ver kom je daarmee? Als antwoord op vraag 1: het is leuk om eens te laten zien. En om te vertellen op verjaardagen. Net als Kerlon – ken jullie die nog? – met zijn befaamde zeehondendribbel. Als antwoord op vraag 2: Delap speelde in de Premier League, maar wel voor Stoke City. Tsja.

Feit is in ieder geval dat veel, heel veel voetballers niet kunnen ingooien. Niet heel gek. Ten eerste voetbal je vanwege je talent om de bal met de voet te besturen. Ten tweede is het een beweging die je verder nooit doet. Als je een leeg flesje op straat ziet, geef je er een flinke schop tegen. Er moet toch wel iets mis met je zijn, wil je ‘m oprapen en uit je nek weggooien. Toch?

Behalve dat het een rare beweging is, zowel om te doen als om te zien, is het ook niet praktisch. Naast Delap ken ik weinig spelers die een bal vanaf de zijkant in de buurt van de middenstip kunnen krijgen. Voorstanders vinden dat ook de charme van de inworp. Zouden diezelfde mensen ook een intrap bij korfbal en handbal willen introduceren? Daar gooien ze namelijk in als de bal over de zijlijn is, saai!

Ook zijn mensen bang dat een intrap een soort vrije trap wordt. Buiten dat een (in)directe vrije trap ook lang niet altijd gevaar oplevert, zou je je kunnen afvragen wat er zo erg is aan extra ‘gevaar’ in het spel. Ten eerste leidt dat tot meer spanning, dus meer kijkplezier. Ten tweede zullen voetballers (lees: verdedigers) vaker de voetballende oplossing moeten zoeken in plaats van te proberen de bal het parkeerterrein op te schieten.

Dus behalve dat een intrap er over het algemeen beter uitziet en een stuk logischer is, kan het een wedstrijd ook wat spannender maken. Helemaal als je er, net als bij de zaalvariant van het voetbal, een tijdslimiet van zes seconden op zet.

Foto bovenaan (Sportskeeda.com): Rory Delap is door zijn trainingen bij speerwerpen één van de weinige inworp-specialisten.