Waar komt de modder tussen onze noppen vandaan?

Fast forward naar 2024. Een voetbalwereld waarin gras net zo nostalgisch is als houten staantribunes en zwarte voetbalschoenen. De jongetjes op de voetbalclub kennen alleen kunstgras. Johan Visser beschrijft hoe ook dan, in die donkere tijden, gras nog altijd het lekkerst zal voetballen.

“Jongens, ik heb net de scheidsrechter gesproken. We spelen vandaag op gras, echt gras!” sprak de trainer tegen zijn jongens. Niet wetend wat hun te wachten staat komen ze één voor één uit de kleedkamer. Ze spelen een uitwedstrijd bij een vereniging waar op veld 3 nog echt gras ligt. Noppen tikken op de stenen, en van de stenen op het gras. Alsof ze het zwembad instappen en moeten wennen aan de temperatuur, beginnen ze aan hun warming-up. Het voelt anders dan het kunstgras dat ze gewend zijn. Het jonge keepertje kijkt verbaasd naar het bruine gedeelte van zijn doelgebied. Op de meeste plaatsen ligt echt gras.

Dit is hoe het zal zijn. Over tien jaar zitten jongens naast elkaar in de kleedkamer. Ze hebben goed gespeeld, maar niet gewonnen. Op de koude, stenen vloer liggen stukjes gras, met en zonder wortel. Onder hun noppen kleeft modder. De jongens kijken elkaar aan, hun nieuwe voetbalschoenen hebben bruine vegen gekregen. Bij sommige jongens is zelfs het witte broekje door een sliding beschilderd met groene en bruine tinten. Voor de eerste keer speelden ze een wedstrijd op echt gras.

Als de trainer de kleedkamer binnenkomt en de wedstrijd evalueert gaat hij naast één van de jongens staan. De kleur van zijn broekje is aan de zijkant niet meer te zien. “Jij hebt hard gewerkt vandaag”, zegt de trainer terwijl hij de jongen met zijn hand op de schouder slaat. De jongen die vreesde voor een preek dat dit er nooit meer uit gewassen kon worden werd door de trainer als voorbeeld genomen van inzet en strijdlust. De jongen had al genoten van het glijden zelf.

De volgende dag na schooltijd gaat hij met zijn vrienden niet meer voetballen op het aangelegde voetbalcourt, maar gaan ze naar het park. In zijn dagelijkse kleding rent hij over het veld. Hij mist een kans, verliest een kopduel en verliest het sprintduel, maar dan komt zijn sliding. Nooit zagen zijn vrienden iemand met zoveel inzet en plezier over het gras glijden. Als zijn moeder bij thuiskomst naar de knieën van zijn spijkerbroek kijkt, glimt de jongen van trots. Hij heeft gespeeld zoals zijn trainer het graag zou willen.

De volgende week regent het. Vaders vertellen hun zonen dat je er nooit echt zeker van kunt zijn. Dat het altijd afwachten is of de wedstrijd wel doorgaat. Ze voorspellen het ergste, een aflasting. De jongens die nog nooit van dat woord hebben gehoord staan zaterdagochtend vroeg op. Ze kennen niet de spanning van het afwachten. In de winter is er geen Elfstedentocht en kan er gewoon worden gevoetbald, op kunstgras. Ze weten niet anders. Maar vandaag hebben ze geluk, hun wedstrijd kan door gaan. Voor de tweede keer spelen ze op echt gras, net alsof het gewoon gras is.

Gewoon gras waar Pierre van Hooijdonk op leerde buikschuiven na een doelpunt. Het gras waar ooit de schoen met noppen voor is uitgevonden. Het gras dat liefde en water nodig heeft, maar bij te veel water de grootste teleurstelling vormt van het weekend.  Het polletje gras dat door keepers als meest gebruikte excuus wordt gebruikt, maar door spitsen wordt ontkend. Het gras waar grote mannen over rollebollen als ze een klein tikje hebben gekregen, en waar F-pupillen op zoek gaan naar een klavertje vier. Het gras om op te mopperen en om van te houden. Tussen mijn noppen vond ik modder met een enkel grassprietje.

Foto bovenaan: coloursoffootball.tumblr.com