VV Houtje Touwtje: De assistent

In VV Houtje Touwtje bezingt Frank Hettinga tweewekelijks kenmerkende en markante figuren die haast iedere dag aanwezig zijn op de amateurvereniging. Dit keer assistenttrainer Mark, die aast op zijn kans als hoofdcoach.

In een kale kantine zit de voltallige selectie, inclusief staf. De lange tafel is bezaaid met halfvolle en leeggedronken flesjes bier en in het midden prijken twee schone kratjes.

Een officieuze afscheidsborrel voor trainer Anton. Hij vertrekt na de zomer naar een hoofdklasser in de stad. Allemaal goed te begrijpen voor de spelers. Wat goed is, beweegt en klimt op naar hogere oorden. Zo gaat dat.

Antons speech is zoals een speech hoort te zijn voor een voetbalteam. Een bedankje en wat geouwehoer heen en weer.

Wie zijn opvolger wordt, is nog niet bekend. Daarover rept ook de trainer nog niet.

Aan Antons rechterzijde zit assistent Mark. Al een paar jaar schikt hij zich in zijn rol. Zou het? Zou hij de opvolger mogen worden? Eindelijk de scepter zwaaien, dat is zijn wens.

Anton gaat weer zitten. Mark twijfelt of hij nu iets moet zeggen, als een natuurlijke opvolger die in het verse vacuüm stapt.

Hij opent zijn mond. Maar er komt geen geluid uit. Vertwijfeld, als een muis die ernstig aarzelt of hij de oversteek moet maken naar de andere kant van de huiskamer.

Niet bij machte zijn moed te verzamelen. Het moment van de waarheid komt te dichtbij. Wat als de goedkeuring en acceptatie van de selectie uitblijven? Het zou te pijnlijk zijn.

Als voetballer in het eerste was hij aanvoerder en verlengstuk in het veld van de man in de dug-out. Fluitend doorliep hij de F’jes tot aan de B’s en speelde vanaf zijn zestiende in het eerste. Aanvankelijk als rechtsbuiten, daarna als verdedigende middenvelder. Geen geweldig talent, doorsnee misschien, maar één met hart voor de zaak.

Een paar jaar geleden vond hij het tijd om pas op de plaats te maken. Tijd voor nieuwe gretige voetballertjes. En dan kon Mark ook af en toe met zijn vriendin naar keuken- en meubelboulevards. Tenminste dat dacht hij.

Zijn vriendin ergerde zich aan de voortdurende aanwezigheid van Mark. Hij was niet meer die man van de club en zat nu veelvuldig thuis. Zijn vriendin was zijn vriendin tot Mark op een dag vervroegd thuis kwam na zijn werk en geluiden van plezier uit de slaapkamer hoorde.

Daarna werd Mark weer een man van de club.

Maar daar in die kantine tijdens het drinkgelag vervloog zijn kans, als een heliumballon uit een kinderhandje.

In de wandelgangen van de club gaan de weken erna steeds meer stemmen op over ene Geert. Een trainer uit het dorp vijf kilometer verderop. De rivaal.

Mark kan het niet geloven, maar kijkt lijdzaam toe, berustend in zijn lot. Hij blijft in ieder geval assistent.

Tijdens de eerste oefenwedstrijd zit Mark naast Geert de rivaal. Rechts uiteraard.

Met nog geen vijftien minuten op de klok maakt de tegenpartij al 0-2.

Met een schuin oog probeert Mark de reactie van zijn collega te spotten. Even is Geert sprakeloos. Daarna schreeuwt hij vervloekend zo hard als hij kan de naam Johan, de linksback van het team. Was het drie of zelfs vier keer? Iedereen in de dug-out grijpt naar zijn oren.

Terwijl Geert driftig naar de lijn van het veld loopt, is de jonge knaap die de aftrap mocht regeluren en een mars, een AA-drink en het twee euro muntstuk van de toss cadeau kreeg, ontroostbaar. Masseuse Rienie probeert zich over de pupil van de week te ontfermen.

Met een vage grijns kijkt Mark naar de wolken.

Hij denkt aan het nummer van Led Zeppelin dat hij sinds de zomer iedere ochtend en avond, na en voor het slapen, luistert.

Your Time Is Gonna Come.

Foto bovenaan: skysports.com.