Verpieteren op de bank

De voetbalwereld lijkt zo onbereikbaar voor gewone stervelingen. Maar die wereld komt ineens een stuk dichterbij als je denkt aan de bankzitters. Wij kennen eigenlijk allemaal wel zo iemand in het dagelijks leven.

Voetbal kan abstract zijn, ver weg, onwerkelijk en ongrijpbaar. Spelers wisselen sneller van club dan van felroze voetbalslofjes en niet zelden gaan daar ook bedragen mee gemoeid die jij en ik nooit op onze rekening zullen hebben. Zelden was de kloof tussen de toppers die we afgelopen weekend hebben gezien en wat we zelf op zondagmorgen presteren op een regenachtig veldje (Schiedam uit) groter. Gelukkig is er nog één raakvlak waar we ons twijfelachtig mee kunnen identificeren: de wegpieteraar op de bank.

“Fernando Torres. Ooit deden de tegenstander van Liverpool al een week van tevoren geen oog dicht. Nu mag hij tien minuten”, schreef collega Stan van den Steenhoven over de Spaanse aanvaller, die voornamelijk wortel zit te schieten op de reservebank. Denk ook even aan Samuel Eto’o of onze goeie ‘Uitstekelenburg’. Voorheen sterren, maar eenmaal op de bank kom je er ook weer moeilijk vanaf.

We kennen misschien niet allemaal persoonlijk een Fernando Torres en staan ook zelden met Maarten in de kroeg, maar we kennen wel allemaal een bankpieteraar. En, ja. Dat is een woord. Het is de vriend, ploeggenoot of gewoon vage kennis die altijd in jouw handen wordt achtergelaten. Die jongen die ‘echt te ver weg woont om nog naar huis te gaan’, ‘écht geen geld heeft voor een nieuwe fiets’ nadat hij vergeten was waar hij z’n oude had geparkeerd. Of die knul die gewoon week in week uit te dronken is om te herinneren waar hij is.

En een incidenteel logeerpartijtje op de Klippan van je maat maakt je geen bankpieteraar. Net zoals een incidentele niet-basisplaats voor Arjen Robben hem niet gelijk niet meer de beste Nederlandse voetballer van dit moment maakt. Niets mis mee, keuze van de trainer (of de kastelijn). Ga je echter wél zorgen maken als je niet meer wordt opgeroepen voor Oranje (of het volgende feestje) omdat je band met de bank iets te constructief begint te worden.

Het heeft iets van vergane glorie. Dé Fernando Torres die daar in een slecht passend trainingspak op de bank op zijn nagels zit te bijten, en die knul die vroeger op feestjes het hoogste woord voerde en nu op de bank nog een scheet laat in zijn slaap en zich nog een keer omdraait, ruim na het middaguur. Iets droevigs. De bank kan meedogenloos zijn, kan afstraffen. Maar dat is waar wij gelukkig nog wél verschillen met de Torressen en Eto’o’s van de wereld: wij kunnen wél op eigen kracht van die bank af. Koop toch een fiets.

Foto bovenaan: squawka.com.