Hoe groter het toernooi, des te oneerlijker

Grote voetbaltoernooien zijn ervoor gemaakt om uit te maken wie op dat moment het sterkste team is. Je zou zeggen: onderling uitvechten is de eerlijkste manier daarvoor. Maar zo eerlijk is het eigenlijk niet.

Mocht je denken dat dit artikel over corruptie gaat, moet ik je helaas teleurstellen. En het gaat ook niet over verdachte wedstrijden, zoals Southampton tegen Sunderland van afgelopen weekend. Nee, het gaat echt over de toernooien zelf. De opzet ervan.

Champions League

“Alweer voetbal? Je hebt zondag nog zitten kijken!” Er is een kans dat iemand dat vanavond tegen je zegt als je de tv aanzet en op de bank ploft. “Ja, Champions League. Liverpool speelt tegen Real Madrid.”

De Champions League is waar de grote clubs van deze aardbol het tegen elkaar opnemen. Vraag aan een willekeurige voetbalfan welke CL-wedstrijd hij zich nog kan herinneren, en het antwoord laat niet snel op zich wachten. (Voor mij is het trouwens de 4-4 tussen Chelsea en Liverpool in 2009.)

Maar de ‘downside’ is de voorspelbaarheid van het toernooi. In de knock-outfase zit je elk jaar weer te kijken naar Real Madrid, Bayern München en FC Barcelona. En er zit hooguit één verrassing bij, zoals Atlético Madrid of Schalke 04.

Behalve de loting is de verdeling van de CL-tickets hier een oorzaak van. Moet je in landen als Oostenrijk of Schotland kampioen worden om toegelaten te worden tot de voorronde, in Engeland, Spanje en Duitsland volstaat de vierde plek.

Als je kijkt naar de laatste tien CL-finales, dan is de eentonigheid duidelijk. Acht Engelse finalisten, vijf Spaanse, vier Duitse en drie Italiaanse. Geen Franse, geen Nederlandse, geen Portugese en geen Belgische clubs.

Natuurlijk kan je beweren dat de competities met de meeste CL-tickets de beste zijn, maar dat is ook vrij logisch. Goede prestaties, dus veel CL-tickets, dus goede prestaties. Probeer die vicieuze cirkel maar eens te doorbreken.

Wereldkampioenschap

Waarschijnlijk zal niemand nu aan een WK denken, tenzij hij zich druk maakt over de toewijzing van de komende mondiale toernooien aan Qatar en Rusland. Of tenzij hij voor de 493e keer de samenvatting van Spanje – Nederland terug zit te kijken.

Het WK kent, net als de Champions League, scheve verhoudingen. Met negen leden is Zuid-Amerika de kleinste continentale federatie die meespeelt, maar deze mag wel minstens vier landen afvaardigen. En via de play-offs kan daar een vijfde bij komen. Dat is meer dan de helft.

Noord- en Midden-Amerika krijgen maximaal vier plaatsen, terwijl er 35 gegadigden zijn. In Afrika komen ze er nog bekaaider van af met vijf plaatsen voor 53(!) landen. De Afrikaanse bond is de grootste van allemaal.

Omdat landen op het WK slechts één keer tegen elkaar spelen, is er een iets grotere kans op verrassingen (zie Costa Rica afgelopen zomer), maar geen enkele WK-eindstrijd kende tot nu toe een finalist die niet uit Europa of Zuid-Amerika kwam.

Sepp Blatter opperde eerder deze maand al om voor het komende WK een Europees ticket aan Afrika te geven. Uiteraard zegt hij dit om zijn Afrikaanse stemmers in een eventuele presidentsverkiezing te pleasen. Maar die oude gek heeft wel een punt.

Conclusie

Meer gelijkheid zou dus bij zowel de Champions League als bij het WK niet verkeerd zijn. Op zijn minst kunnen de UEFA en de FIFA de ticketverdeling eens kritisch tegen het licht houden. Al is (zelf)reflectie niet hun sterkste kant.

Voor de Champions League zou het bijvoorbeeld eerlijker zijn als de ‘grote’ landen alleen de kampioen en de runner-up mogen sturen en de ‘kleinere’ landen de kampioen. Daar maak je een eerlijk kwalificatietoernooi voor en klaar.

Voor het WK is het een mogelijkheid om alle continentale kampioenen  automatisch toegang te verlenen tot het WK, zoals in het hockey gebeurt. Voor de overige 26 plekken zou je een – uiteraard iets eerlijkere – verdeling kunnen maken over de verschillende continenten.

Wat vind jij? Moeten de tickets voor de CL en het WK eerlijker verdeeld worden? Of is het goed zo? Laat je mening horen!