Zwanen met noppen – pleidooi voor het grijze gebied

Kunst en voetbal lijkt de eeuwige tegenstelling te zijn, waar geen speld tussen te krijgen valt. Yavne, van nature kunstliefhebber, kreeg plotsklaps toch onverwachte inzichten erover.

Bij mijn laatste bijbaantje moest ik altijd zelf vrij regelen, geen uitzonderingen. Het was niet eens dat ik te laat vrij vroeg (dat was maar af en toe de oorzaak!) – mijn reden was schijnbaar nooit goed genoeg om meteen van het rooster gehaald te worden. “Ja, maar,” zei ik dan, “ik ben muzikant, ik zit in die orkesten, die zaterdag hebben we een concert, ik kan ze niet zomaar laten stikken. Ik ben onderdeel van dat team.” Maar nee, Yavne moest zelf ieders tijden om gaan gooien zodat zij zelf de zaterdagavond mee kon doen aan haar niet erkende teamsport.

Ondertussen kregen alle voetballers wel vrij en ben ik daar vertrokken.

Ik heb de lijn tussen ‘sport’ en ‘kunst’ altijd vaag gevonden, terwijl voor anderen de hele Maas ertussen zit zonder enkele overbrugging. Discussies vallen er vaak niet eens over te voeren, de overlapping die ik zie is onzin. In voetbal zit geen choreografie, het is geen grasveld vol zwarte en witte zwanen. Messi is geen Odylle, Ibrahimovic is geen Odette. (Dit is over het algemeen geen voetballersjargon.) Andersom hetzelfde verhaal – heeft kunst een doel op dezelfde manier dat een bal het net kan strelen?

Telkens denk ik het te snappen, maar mijn mening verschuift ook met de dag en de ene dag ben ik cynischer dan de andere. Dan zijn voetbal en kunst een binaire oppositie van elkaar, zwart en wit, vind ik dat de kunst de puurste vorm van expressie is, het ware, het ideale, en vind ik automatisch dat voetbal heel verderfelijk is, want daarbij gaat het om scoren en om geld, kapitalisme. Je hebt een bal, je bedenkt een strategie en behaalt een overwinning. De verfspatten die de noppen maken op een veld zijn niet blijvend, gras is geen canvas, je bent als speler geen pennenstreek. Het gaat om de bal en het goal. Je doel.

Kunst, de verheffing van de maatschappij, wordt gezegd; de verrijking, de geestelijke zuivering van het volk is het doel ervan. Kunst is van iedereen, en vooral van vrouwen met ‘pittige’ kapsels en kettingen van de wereldwinkel, plus hun echtgenoten met gifgroene stropdassen met daarop een motief naar keuze – het is een paradox die zo uit Animal Farm van George Orwell lijkt te zijn gekomen.

De mensen behoren tot het stereotype dat zijn neus ophaalt voor dingen als voetbal. Voetbal is laag, daar drinken ze hoogstens wijn van het huismerk. Toch was de volledige natie gehuld en gesluierd in oranje deze zomer, we lalden en brulden over de straten heen, ik leerde nieuwe liedjes van Leidenaren met als tekst “heuuuuuuuuuuy”. Zingen we die liedjes ook als Marlene Dumas een nieuw schilderij in het MOMA krijgt?

Het effect van beide is dus anders, evenals mijn inzichten de dag na de conclusie dat voetbal maar puur kapitalisme was. Is kunst dat ook niet? Pas nadat we de waarde van een werk weten, willen we wel langer dan een minuutje kijken, schoonheid is een getal geworden, alleen kunst die ‘de moeite waard is’ wordt gesubsidieerd. Ik kan alles op gaan noemen, maar de conclusie is in feite dat ik het eerder allemaal fout had.

Ik ging hulp zoeken ermee, zoals ik eigenlijk altijd doe als het om voetbalkennis gaat. De meeste reacties kan ik parafraseren als “Yavne, houd nou gewoon je smoel”. Toen ik mijn twijfel ging uiten bij iemand die ik ‘de voormalig linksback van VC Trynwalden’ wil noemen, bleek hij ook de linksback-ridder te zijn van een magisch tussengebied waarin de twee werelden verenigd werden.

“Voetbal is soms kunst,” zei hij. Ik kon dat beamen, “maar er zit wel iets heel pragmatisch aan. Het gaat om scoren. Je choreografie kan goed zijn maar daar gaat het uiteindelijk niet om,” zei ik. En daar begon zijn oratie over de non-voetballers. Hij noemde wat namen. Enkele klonken bekend voor mij. “Die voetballen niet. Ze zweven, zweven over het veld in glooiende lijnen met de bal als onderdeel van hun voet. Er zit dramatiek in. Niets is zo ondeugend als een bal, hij stuitert, daar moet je controle over hebben. Hoe sommigen een bal tot een dood punt kunnen brengen, hoe sommigen dansen over het veld. Daarvoor zou ik naar een stadion gaan, om dat te zien. Het zal mij aan m’n reet roesten of ze scoren, winnen.”

Het bestaat, schijnbaar. Er bestaat een grijs gebied dat nu nog het Niemandsland is, een enkeling durft zich erop te wagen, zijn armen daar te spreiden en te schreeuwen om verzoening, wederzijds begrip. Ja! Ja! Verenig u! Voetbal is kunst, knijp je ogen fijn en zie de stadionlampen verder stralen dan de horizon, verder dan het “heuuuuuuuuuuy” ooit zal galmen.

Vermenigvuldig, word meer dan een enkeling en schreeuw, schreeuw, schreeuw voor mij, jubelaars uit het grijze gebied. Schreeuw ervoor dat ik, indien ik werk vind, ook vrij zal krijgen.

Foto: straightoffthebeach.wordpress.com.