Misère in Monaco: Franse club bijna terug bij af

Een echte Fransman weet dat een goede fles wijn met de tijd beter wordt. In het land waar de flessen wodka achterover worden geslagen alsof het frisdrank is, kan daar maar moeilijk mee geleefd worden. Het AS Monaco van de Russische miljardair Dmitry Rybolovlev verliest de strijd van Nasser Al-Khelaifi, die al jaren met miljoenen euro’s smijt in Parijs. En niet zo’n beetje ook.

Toen Dmitry Rybolovlev in 2011 de touwtjes in handen nam bij AS Monaco, bestond er geen twijfel over: in het hertogdom gaan oude tijden herleven. Het vreemdelingenlegioen dat aan de afgrond van de Franse Ligue 2 bungelde, kwam in handen van een steenrijke Rus met een vermogen van meer dan acht miljard euro.  En wie met een schuin oog naar de ontwikkelingen in Parijs had gekeken, maakte stiekem al de eenvoudige rekensom dat één plus één twee zou zijn.

Waar Paris Saint-Germain de afgelopen jaren uitpakte met blikvangers als Zlatan Ibrahimovic, Edinson Cavani, David Luiz en Thiago Silva, verbonden spelers als Radamel Falcao, Joao Moutinho en James Rodriguez zich aan Monaco. Onder de bezielende leiding van Claudio Ranieri vormde het blik miljoenenaankopen binnen no-time een team, met vliegensvlugge promotie naar de Ligue 1 en Champions League-voetbal als resultaat.

Falcao en Rodriguez voetballen inmiddels in respectievelijk Manchester en Madrid. PSG teert nog op de krachten van onder meer Ibrahimovic en Silva, die al jaren in Parijs vertoeven.  In Monaco had een structurele Europese cupfighter moeten opstaan, maar de verhoudingen liggen drie jaar na de overname van Rybolovlev toch iets anders.

Vreemdelingenlegioen

Het vreemdelingenlegioen van weleer is terug van weggeweest. De afbouwende Dimitar Berbatov  (33) heeft de plek van alleskunner Falcao ingenomen, terwijl onervaren krachten Geoffrey Kondogbia (21) en Lucas Ocampos (20) zijn uitverkoren om James Rodriguez te doen vergeten. De rest van de spelersgroep wordt voornamelijk opgevuld door spelers die zich nooit écht hebben bewezen op het hoogste podium, luisterend naar namen als Andrea Raggi, Nabil Dirar en Yannick Ferreira Carrasco. Alle drie voetbalden ze al in Monaco toen de zaken in 2011 ineens stormachtig veranderden.

De bezielende leiding van routinier Ranieri is inmiddels overgedragen aan de veertigjarige Leonardo Jardim. Een coach wiens carrière ten tijde van de overname door Rybolovlev nog in de kinderschoenen stond. En wiens prijzenkast tot nu toe, behalve een promotietitel in dienst van Beira-Mar, enkel gevuld is met stof.  Maar toch. Ranieri, die als trainer meer prijzen won dan Jardim wedstrijden in de dug-out zat bij zijn voorgaande werkgevers, moest plaatsmaken.

Rybolovlev zette Jardim voor de groep, in de hoop attractief voetbal terug te zien in het Stade Louis II. Althans, zo luidde zijn motief bij de presentatie van de jonge oefenmeester. Supporters van Monaco weten inmiddels wel beter. Het veelzeggende spandoek ‘Mendes=Mafia’ symboliseerde de intelligentie van de Monegaskische aanhang. Nee, Rybolovlev liet deze zomer geenszins blijken dat hij van Monaco een Europese topper wilde maken. De alom bekende zaakwaarnemer Jorge Mendes hielp hem een handje bij het vullen van de Russische geldzakken. Tegelijkertijd leidde de Portugees Monaco naar de afgrond.

Wat? Portugees? Ja zeker, Portugees. Monaco richtte haar etalage niet voor niets in met Portugees getinte etalagepoppen. Falcao, Rodriguez, Carvalho, Moutinho; ze hebben niet alleen met elkaar gemeen dat ze aan de basis van de Monegaskische opmars stonden, maar ook zeker dat ze hun wortels hebben liggen in de Primeira Liga. Hoe toevallig is het dan nog,  dat Portugees groentje Jardim tot ‘de verlosser’ wordt gebombardeerd.

Roerige zomer in Monaco

Die verlosser, met zijn uiterst attractieve voetbal, leidde Monaco in de eerste vijf competitiewedstrijden van dit seizoen naar welgeteld vier punten. Dat Monaco er qua attractiviteit flink op vooruit is gegaan, blijkt dan toch zeker uit de statistieken? Mwoah, Monaco scoorde in de tot nu toe gewonnen duels in de Ligue 1 telkens niet meer dan één keer. Ja jongens, met Jardim aan het roer slijt je als vijandelijke doelman waarschijnlijk twee paar handschoenen per wedstrijd. Olympique Marseille-spits André-Pierre Gignac scoorde na acht speelrondes al meer (acht doelpunten) dan de totale productie van Monaco (zeven doelpunten).

De enige zomeraankoop van naam die deze zomer naar Monaco afreisde, luisterde naar de naam Maarten Stekelenburg. Een doelman die, getuige zijn voorbije werkgevers, voorbestemd is om de bank warm te houden. Dat is dit seizoen niet anders. Jardim geeft de voorkeur aan Danijel Subosic, die in de voorbije seizoen al onder meer Sergio Romero overmeesterde in de pikorde.

Rybolovlev verkocht zijn twee belangrijkste kampioenenmakers voor de hoofdprijs – met de groetjes van Jorge Mendes – en haalde er geen enkele representatieve naam voor terug. Hoe anders is de situatie in Parijs, waar de mix van Europese toppers met onopvallende werkpaarden altijd in stand is gebleven. Paris Saint-Germain is hot, Monaco is not. Mendes is not. En zeker Rybolovlev is not.

De Russische zakenman kon zijn verdiende miljoenen deze zomer gelukkig aan een goed doel besteden. Want waar het sportief niet voor de wind gaat, ligt hij al enige tijd in de knoop met zijn voormalige echtgenote. En de alimentatie die Elena Rybolovleva eist, zo’n vier miljard euro, is niet zo maar een fles wodka.

Aanmodderen

Rybolovlev kocht drie jaar geleden een appartement van 88 miljoen euro – dat is zo’n beetje de prijs die hij deze zomer ontving voor James Rodriguez – en zou zijn vrouw daarbij hebben benadeeld door te frauderen. Sinds zijn vrouw lucht kreeg van vermoedelijk ongure praktijken, liggen de twee met elkaar overhoop. Hoewel bovenstaande relevanter zou zijn voor de voorpagina van de Franse Privé of Story, is dat opnieuw een link naar de teloorgang van de aanvankelijk zo ambitieuze voetbalclub AS Monaco.  Rybolovlev kijkt niet op een miljoentje meer of minder.

De komende jaren wordt het flink aanmodderen voor de club, die in het seizoen 2003/2004 nog in de finale van de Champions League stond. De tegenstander in die verloren finale was FC Porto. Uitgerekend Porto, waar Rybolovlev zijn miljoenenaankopen Moutinho en Rodriguez kwam ophalen en Falcao jarenlang bewees dat hij over een neusje voor de goal beschikt. Waar Carvalho op het wedstrijdformulier van de winnende partij stond.

Jorge Mendes lachte toen waarschijnlijk al in zijn vuistje. Frans wijntje in de hand, euro-tekens in de ogen. De Franse wijn wordt met de jaren beter, had hij al gezien. Lachend goot hij in de voorbije jaren de ene fles wodka na de andere fles wodka in de open wonden van Monaco. En Rybolovlev liet zichzelf vastknopen aan het Russische roulette dat de Portugese ex-zakenman voor hem klaarzette.

Het vreemdelingenlegioen dat Monaco dit seizoen aan succes moet helpen in de Ligue 1 en de Champions League, zal blijven wankelen totdat Rybolovlev zelf ingrijpt. Maar zolang hij blijft vasthouden aan een ‘attractieve’ trainer, een veeleisende echtgenote en natúúrlijk Jorge Mendes is het eind in zicht.