Column: Gedoofde clubliefde

Clubliefde bestaat misschien toch nog. Toen Steven Gerrard zaterdag voor de zoveelste keer op zijn knieën een deel van het veld op Anfield Road omploegde, trok Stan die voorzichtige conclusie.

Gerrard in een rood shirt op zijn knieën met in zijn ogen een ondeugende blik en de lippen stevig op elkaar geperst. Dat beeld is zo vertrouwd, dat ik niet goed begrijp dat Liverpool-supporters daar nog van in extase kunnen raken. Alsof je elke ochtend juichend de krant van de mat haalt.

Anyway. Gerrard is een kind van Liverpool en scoren tegen stadsrivaal Everton is voor hem de makkelijkste manier om de liefde voor zijn club te bezegelen. Gerrard is monogaam. Na elk seizoen staat de captain weer zonder zilverwerk, maar hij blijft. En dus moet hij het hebben van doelpunten zoals dat tegen Everton. De vreugde-explosies op Anfield doen hem te veel om zomaar te kunnen vertrekken.

Tot vorig jaar vond ik Frank Lampard een beetje een Gerrard. Hij speelde al dertien jaar voor Chelsea, kuste het clublogo hartstochtelijker dan zijn vrouw en gaf geen moment de indruk ooit voor een andere club te willen spelen. Hij had net als Gerrard een fantastische trap en leek een patent te hebben op belangrijke doelpunten. Elke treffer vierde hij even uitzinnig.

Deze zomer ging het mis met Lampards Gerrard-status. De middenvelder vertrok naar de Verenigde Staten om voor New York City FC te gaan spelen. Niemand hoefde hem te vertellen dat die club dezelfde eigenaar had als Manchester City. City was net kampioen van Engeland geworden en met Chelsea had Lampard naast de prijzen gegrepen. Op de dag dat Lampard het lichtblauwe shirt over de schouders trok, stierf het fenomeen clubliefde.

Lampard deed vorige week twaalf minuten mee in de wedstrijd van Manchester City tegen his Chelsea. Hij besloot ook nog even te scoren, wat zoiets is als vreemdgaan in het bed waarin je echtgenoot/echtgenote ligt te slapen. Dat doelpunt maakte Lampard naar eigen zeggen omdat hij professioneel genoeg was om zijn werk te doen. Hij vergat één ding: voetbal is helemaal geen werk. De voetbalsport is één grote speeltuin, waar alleen de échte liefhebbers keer op keer van dezelfde glijbaan gaan.

Dat is er nu nog één, in een rood shirtje. Na elke glij, slidet hij ook even op z’n knieën door het gras. We moeten ervan genieten, omdat monogamie in die speeltuin eigenlijk al niet meer bestaat.

Lees ook over Steven Gerrard: Mannen wiens voeten wij kussen #4: Steven Gerrard

Foto bovenaan: caughtoffside.com.