Column: De spiegel der voorspelbaarheid

Op sommige ochtenden bekruipt me, bij het opstaan, een hartstochtelijk gevoel. Het gevoel dat een kind heeft als hij naar de Efteling gaat of als Sinterklaas op school langskomt. Vaak is er dan heel groot voetbal op televisie.

Ik had het gevoel deze week niet, op de ochtend voor Tsjechië – Nederland. Ik stapte uit bed alsof ik naar een plotseling verschenen vierde deel van Lord Of The Rings moest – voor de duidelijkheid: dat staat voor mij ongeveer gelijk aan vijf keer de tandarts op één dag. Het was erger: Tsjechië – Nederland zou uitgezonden worden en naar die wedstrijd zou ik waarschijnlijk kijken zoals je op de snelweg naar het resultaat van een ongeluk kijkt: je wil het eigenlijk helemaal niet zien, maar bent toch benieuwd hoe ernstig het eruitziet.

Tijdens het ontbijt nam ik me voor net te doen alsof Oranje helemaal niet hoefde te spelen. Als mensen En? Wat wordt het vanavond? vroegen, zou ik antwoorden dat partij B, na kort tegenstribbelen, de acacia zou snoeien en beide buren gewoon weer bij elkaar op de koffie konden, of dat beide families uiteindelijk toch wel aan één tafel zouden dineren – zand erover.

Kwalificatiereeksen zijn voor mij echt een opgave. Ik kan er niks aan doen, maar ik baal ervan dat de UEFA de interlands op weg naar het EK heeft uitgesmeerd over zo een beetje alle dagen in de week. Het is echt niet leuk om naar Portugal – Albanië te kijken, ook niet als het die ene keer in de duizend wedstrijden betreft dat de underdog wint. Wat hebben we eraan? Denken we echt Albanië op het EK 2016 te zien?

Ach, de avond sleurde zich voort en omdat Oranje verrassend genoeg niet door RTL werd uitgezonden, besloot ik het een kans te geven. Soms verbazen wedstrijden je, en de eerste van Nederland in de kwalificatiereeks voor het EK was er zo een. 90 minuten lang heb ik het gevoel gehad dat er iets zou gebeuren en dat gebeurde uiteindelijk niet. Ik ken plots die voorspelbaarder zijn.

Een dag na Tsjechië – Nederland gooide Wesley Sneijder alsnog roet in het eten. Hij noemde het puntenverlies ‘gênant’ en vond dat hij en zijn ploeggenoten maar eens goed in de spiegel moesten kijken. Als ik van één type mens al jaren weet dat het om de zoveel tijd, bijna op het geobsedeerde af, in de spiegel moet kijken is het de profvoetballer – en dat komt niet alleen door Cristiano Ronaldo. Won de voorspelbaarheid het toch weer van de verrassing.

Ik heb op de ochtend na Tsjechië – Nederland, na het douchen, min of meer op aanraden van Wesley, heel goed in de spiegel gekeken en hardop gezegd: “Dit doe ik nooit meer.” Ik hoop dat ik woord houd.

Foto bovenaan: oranjevirus.nl.