De ondergang van het Tsjechische voetbal

Vanavond nemen onze jongens het op tegen Tsjechië. Waar ons dat een paar jaar geleden nog liet sidderen van angst, is het nu een ‘zekerheidje’. Hoe het Tsjechische voetbal in een paar seizoenen ten onder ging.

Dat Nederland vanavond verwacht met gemak te winnen van Tsjechië ligt niet alleen aan ons succesvolle WK. Het ligt ook aan de zwakheid van de Tsjechen. Nog niet zo lang geleden baalden we er telkens van als we Tsjechië troffen in de kwalificatiereeks voor een groot toernooi (wat ook heel vaak gebeurde), maar inmiddels halen we onze schouders op. Ze hebben een vrij matig team. Wat is er mis gegaan met het Tsjechische voetbal?

Gouden Generatie

Tien jaar geleden werd Oranje met 2-3 verslagen door de Tsjechen in de groepsfase van het EK van 2004. Tsjechië had een heerlijk team, met wereldtoppers als Pavel Nedved, Karel Poborsky, Jan Koller en jonge toptalenten genaamd Petr Cech, Tomás Rosicky en Milan Baros. De Tsjechen waren ijzersterk, maar troffen in de halve finale elf oerdegelijke Grieken, die uiteindelijk het toernooi wisten te winnen. De Gouden Generatie van de Tsjechen was gevreesd bij elke tegenstander en werden twee jaar later zelfs als gevaarlijke outsiders gezien voor WK-winst.

Dat toernooi liep echter uit op een debacle, al in de groepsfase sneuvelde Tsjechië, met drie punten ruim achter Italië en Ghana als derde eindigend. Het blijkt achteraf het einde van een tijdperk te markeren. Vanaf dat moment duurde het niet lang voor Poborsky, Nedved en Koller afzwaaiden en ook bruikbare krachten als Jiri Stajner, Marek Heinz, Tomás Galásek, Marek Jankulovski en Vratislav Lokvenc waren toen als ruimschoots over the hill. Het was tijd voor een nieuwe generatie.

De drama’s Milan Baros en Tomás Rosicky

Milan Baros, in 2004 als 22-jarige nog één van de sterren van het EK, staat symbool voor hoe de generatie die een flinke erfenis gepresenteerd kreeg, hopeloos faalde. In 2005 won de spits nog de Champions League met Liverpool, maar daarna begon een zwervend bestaan door de voetbalwereld. Via Aston Villa, Olympique Lyon, Portsmouth, Galatasaray, Baník Ostrava en Antalyaspor ging hij steeds een treetje lager op de voetballadder, tot hij de bodem bereikte: op 32-jarige leeftijd zit de spits met het immense potentieel nu zonder club.

Waar het bij Baros vooral tussen de oren lijkt te zitten, is het bij zijn generatiegenoot Tomás Rosicky, waarschijnlijk na Nedved de talentvolste Tsjechische speler ooit, mis met zijn lichaam. Talloze blessures zorgden ervoor dat de stijlvolle middenvelder nooit het middelpunt van Arsène Wengers middenlinie werd bij Arsenal. Op 33-jarige leeftijd is Rosicky momenteel na Petr Cech (die wel de wereldtop bereikte) nog altijd de beste speler van het Tsjechische elftal. Ook spelers als Zdenek Grygera (gestopt), Jaroslav Plasil (Girondins de Bordeaux), Martin Jiránek (Tom Tomsk), Jan Polák (1. FC Nürnberg) en David Rozehnal (Lille) hebben uiteindelijk geen glansrijke carrière gehad.

De nieuwe Barossen

Ondertussen speelt de nieuwe Milan Baros bij PEC Zwolle. Als groots talent toog hij in 2009 van Slavia Praag naar de Russische giganten CSKA Moskou, maar mede door blessures op de verkeerde momenten brak Tomas Necid nooit door. Na verhuurperiodes aan PAOK Saloniki en zijn oude club is de 25-jarige spits nu te leen aangeboden bij de Zwollenaren. Hij is een prima Eredivisie-spits, maar vijf jaar geleden zagen de Tsjechen in hem nog de nieuwe ster die oude tijden kon doen herleven.

Ook Tomás Pekhart, eveneens een 25-jarige spits, die in de jeugdopleiding van Tottenham Hotspur als een groot talent gold, mislukte volledig en speelt momenteel bij FC Ingolstadt in de Tweede Bundesliga. Kun je beter bij Zwolle spelen. En de ooit als talenten bestempelde middenvelders Jan Morávek (nu bij FC Augsburg), Vaclav Pilar (terug bij Viktoria Pilsen), Adam Hlousek (waterdrager bij VfB Stuttgart) en Milan Cerny (terug bij Slavia Praag) bleken niet de nieuwe Nedveds, terwijl verdedigers Ondrej Mazuch en Marek Súchy geen nieuwe Tomas Ujfalusi zijn geworden.

Jongste generatie

Ook de nieuwste generatie Tsjechen blijkt moeilijk om te kunnen gaan met de verwachting dat zij eventjes in de voetsporen van hun illustere voorgangers gaan treden. Spits Václav Kadlec, waarschijnlijk de talentvolste van het stel, zit op 22-jarige leeftijd op de bank bij Eintracht Frankfurt en heeft geen plek in de nationale selectie. Bondscoach Pavel Vrba kiest voor Matej Vydra, even oud, die vorig seizoen bij West Bromwich Albion met 3 goals in 25 wedstrijden niet overtuigde. Hij speelt nu bij Watford en het is erg onwaarschijnlijk dat hij een man als Jan Koller zal doen vergeten.

Tomás Kalas, de verdediger die tussen 2011 en 2013 bij Vitesse speelde en nu door Chelsea is verhuurd aan FC Köln, en Ladislav Krejcí, op het middenveld één van de betere spelers bij Sparta Praag, beloven verder wel goeds, maar zijn geen supertalenten. Onder de aller jongsten lijkt alleen de 19-jarige Daniel Holzer, middenvelder van Baník Ostrava, bovengemiddeld getalenteerd te zijn. Hoe kan het dat de Tsjechen plotseling geen talent meer produceren?

Te vroeg naar het buitenland

De oorzaak lijkt het probleem dat wij ook in Nederland kennen: spelers kiezen te vroeg voor het buitenland. Necid ging als jonge twintiger bij CSKA de concurrentiestrijd aan met Vágner Love en later Seydou Doumbia, Pekhart ging al in de jeugd naar Tottenham en Morávek naar Schalke, terwijl Mazuch al op zijn achttiende voor Fiorentina koos en Vydra als 19-jarige naar Udinese trok. Ook de stap van Tsjechië naar Spartak Moskou (Suchy) of Eintracht Frankfurt (Kadlec) is een te groot verschil in kwaliteit.

De Tsjechische competitie is inmiddels zo zwak (in de Gambrinus Liga gaat minder geld om dan in de tweede divisies van Griekenland en Turkije) dat talenten daar ook moeilijk een hoog niveau kunnen bereiken. Ze hebben dus een dilemma: of de sprong wagen naar een grotere competitie die zo veel sterker is dan ze gewend zijn dat de kans van slagen klein is, of in de eigen competitie blijven en door het gebrek aan weerstand amper beter worden. Er is nog een derde optie, een geleidelijke weg naar de top kiezen, maar de trotse Tsjechen, dromend van een Nedved-achtige loopbaan, weigeren dit.

De toekomst

Zolang deze situatie blijft aanhouden, zal bondscoach Vrba zijn opties niet snel zien vergroten. De Tsjechen verliezen snel terrein op landen als Bosnië-Herzegovina (waarvan veel talenten geboren en opgeleid zijn in West-Europa), Kroatië, België en Zwitserland. Ook de Turken en IJslanders (die bijna het WK haalden) gaan een zware kluif worden voor de Tsjechen in de EK-kwalifcatie. Ze zullen moeten inzien dat het verleden het verleden is en dat niet ieder talent meteen een wereldtopper wordt bij het overschrijden van de landsgrens.

Vrba roeit ondertussen met de riemen die hij heeft, terwijl de hele natie in angst wacht op het moment dat Petr Cech zijn interlandloopbaan voor gezien houdt. Het probleem ligt echter niet bij Vrba of Cech, maar bij de begeleiding van jonge talenten, die worden gek gemaakt met vergelijkingen met legenden van weleer. En bij de schijnbaar onomkeerbare vrije val die de eigen Gambrinus Liga maakt, waardoor het misschien al te laat is. De Tsjechen zullen hun ondergang wellicht nooit meer te boven komen.