Het sambavoetbal is verworden tot een mythe

Het Braziliaanse nationale elftal, ofwel de ‘Seleção’, stond bekend om zijn sambavoetbal. Inmiddels is dat  niet meer zo, constateert Kevin. Allang niet meer.

Toen ik nog een klein Kevintje was, kreeg ik van mijn ouders een videoband met hoogtepunten van het WK 1970 in Mexico. Ademloos heb ik zitten kijken naar het toenmalig Braziliaanse elftal, met Carlos Alberto, Rivellino, Tostão en natuurlijk Pelé. Een elftal dat heerste, esthetisch tot in de puntjes verfijnd, swingend. En dat alles met een bijna gemakzuchtige houding, een ogenschijnlijke vrijblijvendheid. Ja, dát was ‘sambavoetbal’.

Zelf ben ik wereldkampioenschappen pas bewust gaan meemaken vanaf de editie in 1998. Ondanks dat de selecties op papier buitengewoon imposant waren, en er altijd individuele briljanten in een geel shirt op het veld stonden, kan ik mij niet heugen dat de Seleção ons sindsdien heeft getrakteerd op de memorabele exposities van weleer. Qua schwung en elegantie zijn zij nimmer in de buurt gekomen van het elftal van 1970.

Aanvallende backs, die zijn er altijd wel. Cafú, Roberto Carlos, Dani Alves, Marcelo. Maar het middenveld, dat was toch altijd erg sober. Altijd weer die twee dienende spelers, die twee ‘waterdragers’, die de voorste vier ondersteunden – niet altijd op de meest verfijnde manier. 1998: César Sampaio en Dunga. 2002: Gilberto Silva en (eerst Juninho, maar uiteindelijk) Kléberson. 2006: Emerson en Zé Roberto. 2010: Gilberto Silva en Felipe Melo. En recentelijk 2014, met afwisselend Luiz Gustavo, Paulinho en Fernandinho.

Het voetbal in de ploeg moest komen van de voorste vier. Lukte af en toe ook wel hoor. Het zijn toch Ronaldinho’s, Rivaldo’s en Neymarretjes die je dan hebt lopen. Maar als de kers op de Braziliaanse taart dan Adriano heet, of Fred, en de bondscoach is iemand die denkt vanuit de omschakeling… Tja, dan spettert daar ook niet altijd de sensatie vanaf, zo weten we.

Is het de modernisering van het voetbal? Verzakelijking? Hoe het ook zij, een Braziliaans elftal als dat van 1970, dat een voetbalveld gebruikte als dansvloer en al heupwiegend zijn wil oplegde aan de tegenstander, heb ik nog niet meegemaakt. De ogenschijnlijke vrijblijvendheid is al tijden vervlogen; het is vooral wachten op het juiste moment, veroveren, omschakelen, en vervolgens hopen op de brille van de één, twee of drie sterspelers. Effectief? Ja hoor, de resultaten liegen er over het algemeen niet om. Maar samba? Nee, dat is nagenoeg verworden tot een mythe.