Brazilië verslaan met een radio

Vier jaar geleden stonden we in de kwartfinale tegen Brazilië en we deden het onmogelijke: we wonnen. Een ‘weet-je-nog-waar-je-was-toen’-momentje. Niels was wel op een hele bijzondere plek: in een busje op een Belgisch festival.

Foto: zimbio.com

Foto: zimbio.com

Het was 2 juli 2010. Met een select groepje vrienden was ik voor de tweede keer in mijn leven afgereisd naar een festival. Dit keer Rock Werchter, nabij het gelijknamige dorpje Werchter, in België. In een straal van enkele kilometers rondom Werchter was geen televisie te vinden, en dat was problematisch: het Nederlands elftal zou die middag namelijk in de kwartfinale van het WK Voetbal van Brazilië gaan verliezen. Daar was zo’n beetje iedereen het wel over eens. We gingen verliezen, maar toch: ik had een oranje vuvuzela aangeschaft van onder de toonbank, omdat die krengen verboden waren op het festival, en ik moest en zou oranje kijken.

De hele dag loop je dan als Nederlander al behoorlijk voor lul op een internationaal festival met je droevige geschminkte driekleur op je porum. Je oranje bloemetjeskraag om je roodverbrande schoudertjes. Je opblaasbare Heineken-kroon op je bezwete kop. Nederlanders die voetbal willen kijken zijn eigenlijk een triest volk.

En die Belgen maakten de lijdensweg naar een kwartfinale die we niet zouden kunnen zien nog net iets intenser. Godverdomme, die Belgen. Geen mogelijkheid lieten ze liggen om achttien octaven buiten de toonsoort een pisdronken ‘BRASIIIIILLLL LA LA LA LA LA LA LAA LAAAA’ aan te heffen. Gek werd je er van.

De dag vorderde. Het werd kwart voor vier. Om vier uur zou de wedstrijd beginnen, en de paniek begon toe te slaan. Er was ergens een televisie gesignaleerd, en we zijn een kijkje gaan nemen. Ter hoogte van het parkeerterrein stond er inderdaad een kijkdoos ter grootte van een postzegel met zo’n achtentwintigduizend oranje festivalgangers met dito hoofddeksel eromheen gevouwen. Niet te doen. Kut, wat nu?

,,Ik heb een busje!”, hoorde ik mezelf zeggen. ,,Met televisie?”, hoorde ik mijn selecte groepje vrienden denken. ,,Radio! We kunnen radio luisteren!” Terugdenkend aan het DENNISBERGKAMPDENNISBERGKAMP-commentaar van Jack van Gelder concludeerde ik dat voetbal luisteren over de radio minstens net zo spannend moest zijn als de wedstrijd kijken. En we waren dan in België, maar daar hadden ze ook radiostations, toch?

Om kwart over vier zaten we om mijn busje gevouwen. In de brandende, kurkdroge zon (het moet zo’n 35 graden zijn geweest), met zijn drieën. Het duurde even voordat we het kleine, krakende transistorradiootje van mijn VW-busje op een belgische zender hadden gekregen die het voetballen uitzond, maar toen… stonden we 1-0 achter. Kut. Wat nu? ,,Bier halen.” (Lees: rosébier halen. Door de hitte had ik mijn laatste restje waardigheid overboord gezet: een zoet rosébiertje was het enige dat nog een beetje binnen te houden was met die Qatarese temperaturen.)

Tegen de tijd dat er bier was gehaald (niet door mij, ik ga geen minuut van het WK missen, ben jij gek) begon de wedstrijd een wedstrijd te worden. Met kansen over en weer, als we de Vlaamse verslaggever mochten geloven. ,,Hotseknots! Wat een dijk van een kans van Arjen Robben! En in de rebound Wesley Sneijder! Steekpass naar Dirk Kuyt ennnnnnnnnn… we schakelen over naar Wimbledon!.” Hadden wij weer. Tijdens de tot dan toe belangrijkste voetbalwedstrijd die wij ooit bewust hadden meegemaakt besloot de Belgische regie om om de haverklap over te schakelen naar de achtendertigste voorronde van het vrouwentoernooi van Wimbledon. Kuttennis. Voetbal is oorlog, tennis is knuffelen. Flikker toch op met je Wimbledon. HOLLAND!

Het resultaat is bekend. Nederland won. Geflatteerd, maar het won. Hoe, dat maakte dan ook niet meer uit. Hoe Nederland won hebben wij ook niet eens meegekregen, trouwens. Ons Vlaams was daarvoor beneden peil. Maar Nederland won. En dan loop je ineens niet voor lul met je schmink op je wangen, maar dan siert de nationale driekleur je gelaat terwijl je tegen elke belg die je tegen komt een achttien octaven buiten de toonsoort, pisdronken ‘BRASIIIIILLLL LA LA LA LA LA LA LAA LAAAA’ inzet. Prachtige dag, prachtig toernooi. Als voetbal een vrouw was, zou ik met haar trouwen.

bio-niels