Mannen wiens voeten wij kussen #10: Ángel di Maria

Ángel di Maria is de koning van de tweede viool. Als kind stond hij in zijn geboorteplaats Rosario al in de schaduw van Messi, nu bij Real is Ronaldo de ster. Maar vergis je niet: Ángel is een baas.

Onlangs werd er onderzoek gedaan naar violen. Ik weet dat dat de saaiste openingszin van een artikel ooit is, maar m’n punt wordt nog wel duidelijk. De Stradivarius-viool is namelijk het beste van het beste, een beetje de Messi of Ronaldo van de violenwereld. Maar toen onlangs een aantal topviolisten speelden met deze violen en neppers, konden ze vaak niet onderscheiden welke de echte was.

Ángel di Maria is de koning van de tweede viool. Hij is geen Stradivarius, hij is the next best thing. Het begon al in zijn jeugd in de Argentijnse stad Rosario. Daar was hij altijd ‘het grootste talent sinds Lionel Messi’. Maar nooit even groot. Journalisten reizen af en aan naar Rosario om te spreken met Messi’s jeugdcoaches, zijn ontdekkers. Niemand gaat ooit op zoek naar de coach die Ángel di Maria  bij de F’jes “nooit met je punt passen!” toebeet. En waar Messi als een guppie al naar FC Barcelona mocht, lieten de scouts hem rijpen in de stad die ook Marcelo Bielsa en Gerardo Martino grootbracht.

Toen Jong Argentinië in 2008 met overmacht de gouden medaille op de Olympische Spelen won, was Ángel di Maria in topvorm. Op zijn kenmerkende manier wervelde hij verdedigers voorbij (ook die van Jong Oranje), gaf hij heerlijke steekpasses en was hij constant dreigend. Maar daar was weer zijn oude stadsgenoot, Leo, die hem overtrof. De hele wereld keek met open mond naar Messi, het grootste talent sinds decennia. De Nieuwe Maradona die heel Argentinië al jaren wanhopig zocht. De prachtige klanken van Ángel di Maria’s viool, waren slechts begeleiding voor dirigent Messi.

Waar de Messias al snel naar de wereldtop knalde, was Di Maria veroordeeld tot de geleidelijke weg. In 2007 pikte het Portugese Benfica de toen 19-jarige dribbelaar op bij Rosario Central. Een match made in heaven. Voor het eerst kon Ángel uitgroeien tot de grote man, kon hij eerste viool spelen. En die rol vervulde hij met flair. Razendsnel, atletisch, met een bizarre balcontrole en ook nog eens een briljant inzicht: de complete vleugelspeler. Deze achterlijk lekkere goal tegen AEK Athene was het absolute hoogtepunt van zijn tijd in Lissabon:

Real Madrid klopte in 2010 op de deur. Di Maria deed open. Bij aankomst in Madrid kreeg hij meteen de tweede viool weer toebedeeld. Oké, hij was voor 33 miljoen binnengehaald, maar bij De Koninklijke lachen ze je dan uit in de kleedkamer. Dat moet Cristiano Ronaldo ook gedaan hebben toen hij voor het eerst naast Ángel di Maria onder de douche stond. Ronaldo, de gespierde adonis, naast een magere soort van indiaan met een grote neus.

Maar op het trainingsveld viel er niet te lachen met het Argentijnse dribbelwonder. Op het veld ook niet. 182 wedstrijden speelde hij voor de Madrilenen, 36 goals en 81 assists zijn niet verkeerd. Toch is hij in de vier jaar dat hij nu bij Real speelt niet uit de schaduw gekomen van Ronaldo. Ook mannen als Mesut Özil en Karim Benzema stalen vaak de show, en dan kwam er deze zomer ook nog eens De Man van Honderd Miljoen binnenwandelen.

Het lijkt Di Maria niet te deren. Hij is niet anders gewend dan de underdog te zijn. He was born in it, moulded by it. De altijd vrolijk lachende Argentijn, met zijn grote ogen, gaat gewoon lekker zijn gang. Als hij maar regelmatig een paar verdedigers voorbij kan flitsen en een assist om je vingers bij af te likken kan geven, is Ángel di Maria tevreden. Hij zal nooit de grootste van Rosario worden, of de grootste van Madrid, maar hij is wel gewoon een steengoede voetballer en dat weet hij.

Toch leek het woensdag even alsof Ángel di Maria eindelijk zijn tweede viool op zijn knie doormidden brak en voor de volledige glorie ging. In El Clásico speelde Messi als een luiaard met Pfeiffer, en Cristiano Ronaldo keek geblesseerd toe. Het goedlachse joch uit Rosario, wiens jeugdtrainers in een verschroeiende anonimiteit door het leven gaan, speelde fantastisch. Hij maakte de 1-0 en niets leek Ángel di Maria nog in de weg te staan om eindelijk de grote man te zijn. Voor één keer.

Maar het bleef bij die ene goal. Als het Messi was geweest had ie er daarna nog drie gemaakt, Ronaldo idem. Maar Di Maria hield het bij wat geniale hakjes en vlugge dribbels, waardoor Gareth Bale met zijn explosie van oerkracht uiteindelijk toch weer alle headlines en schouderklopjes voor zijn neus weg kon kapen. Di Maria maakt het je niet makkelijk om fan van hem te zijn. Hij zal er nooit eens genadeloos vier in schoppen. En hij zal nooit in een interview gewaagde uitspraken doen om in de aandacht te komen.

Daarom roep ik nu alle voetbalfans op heel de aardbol op om het volgende te doen: probeer het eens, fan zijn van Ángel di Maria. Hij is misschien geen Stradivarius, maar als je hem een kans geeft, zul je merken dat hij net zo goed is. Straks op het WK zal hij weer de adjudant van Messi zijn en Leo zal er wel weer tien tegen de touwen werken, maar kijk af en toe ook eens naar zijn stadsgenoot Ángel. Want Ángel di Maria is net zo’n baas.