Elvis & Jody bij de fronsende Friezen

Cambuur Leeuwarden is het sprookje van de Eredivisie. Of eigenlijk het Suske en Wiske-stripverhaal. Elvis Manu en Jody Lukoki zijn de exotische Randstedelingen tussen de degelijke Friezen.

marcel-ritzmaier-jody-lukoki-elvis-manu(sc-cambuur)(1)

Het was een bijzonder moment: vrijdag 14 maart, iets voor tien uur. Scheidsrechter Tom van Sichem fluit voor het eindsignaal en aan de rand van het veld springt een Ajax-huurling dolblij in de armen van een Feyenoord-huurling. Promovendus Cambuur wint na een vermakelijk duel met 3-2 van RKC en lijkt daarmee een nieuw jaar Eredivisievoetbal veilig te stellen.

Het zijn mooie dagen voor de supporters in het Noorden. Wie had vooraf gedacht dat de Leeuwarders na 28 speelronden in het linkerrijtje zouden staan? Het stadion zit wekelijks stampvol en menig tegenstander betreedt met bibberende knietjes het plastic veld van de Friezen. Het succes zal in de media worden uitgemeten en de technische staf zal alle lof krijgen voor het ‘frisse spel’ en de prima resultaten. In werkelijkheid heeft Cambuur dit succes allemaal te danken aan slechts twee man: Jody Lukoki en Elvis Manu. De twee stadsjongens uit het westen hebben de boel in Leeuwarden flink opgezweept. Met hun frivoliteit en impulsieve acties krijgen ze het publiek regelmatig op de banken.

En dan is er nog Bartholomew Ogbeche. De Nigeriaanse globetrotter – die ooit nog samen speelde met Ronaldinho, zo werd ons verteld – kende trainer Dwight Lodeweges nog van een gezamenlijk avontuur in Dubai en besloot eens te bellen om te vragen of hij niet mee kon trainen bij zijn oude leermeester. De man met de onuitspreekbare voornaam scoorde in een oefenpotje prompt vijf keer en verdiende zo een contract bij Cambuur.

Ik houd niet van kijkjes in kleedkamers, maar als ik bij één club wel in de kleedkamer zou willen kijken is het bij Cambuur. Jody Lukoki, Elvis Manu en Bartholomew Ogbeche aan de ene kant, Martijn van der Laan, Harm Zeinstra en Michiel Hemmen aan de andere kant. Zelden was een contrast in een kleedkamer zo groot. Ik zie het al het hele seizoen voor me.  Lukoki en Manu die fanatiek de Azonto dansen, terwijl Zeinstra en Hemmen in de hoek zachtjes meezingen met het nieuwe nummer van Douwe Bob.

De teamuitjes van Cambuur moeten een feest zijn. Oudhollands koekhappen met Ogbeche, die ze voor het gemak maar ‘B’ noemen. “That cookie on the wasline is om te happen”, legt Martijn Barto in zijn beste Engels uit. Of koeien melken met Jody Lukoki, die zo’n beest voor het eerst in levende lijve ziet. “Ey Elvis, die uiers voelen als tits, man!” Geweldig. John de Mol, are you watching? Ik voorzie een kaskraker.

Toch is niet iedereen blij met de tropische verrassingen in het normaal zo rustige Leeuwarden. Oebele Schokker – ‘Maradona van de Wâlden’ – vond het niet meer leuk. De westerse meneren hadden zijn plekje ingenomen. De enige exoot bij Cambuur vorig jaar was de Australische terriër van assistent-trainer Henk de Jong. Hij was niet anders gewend. Oebele vond het ook maar moeilijk te begrijpen wat een ‘fatoe’ is, iets wat Manu tijdens trainingen voortdurend riep. Toen Emmen zich meldde was Oebele dolblij en pakte hij zijn koffers. Dat westerse gedoe, dat was niets voor Oebele.

Ik als buitenstaander geniet echter met volle teugen van de gebeurtenissen in Leeuwarden. Ik zou Dwight Lodeweges dan ook willen vragen, nee smeken of hij Lukoki, Manu en Ogbeche wil behouden voor de club. Desnoods zetten we een crowdfundingactie op touw. Of verkoop Martijn Barto en Michiel Hemmen. Leuke spelers, maar daarvoor komt niemand naar het stadion. Deal? Dan beloof ik dat ik volgend jaar een seizoenskaart koop.

bio-Jelle