Met potten creatine en zuurstoftanks naar ‘France 2016’

Toen ik laatst in de sportschool was dacht ik na over de toekomst van het Nederlands elftal. Ik dacht aan de nationale elftallen van Duitsland, Frankrijk, Italië. Ik dacht aan de wedstrijd Frankrijk – Nederland van vorige week. Ik kwam tot de conclusie: voetbal verandert. Techniek is belangrijk, tactiek is belangrijk, maar er is één aspect dat steeds meer aan gewicht wint: het fysieke aspect. Voetballers zijn steeds meer atleten. Het wordt tijd dat Nederland daarop inhaakt.

Het zal één van de redenen zijn geweest waarom Pep Guardiola zich aan het Bayern-avontuur heeft gewaagd. In Barcelona had ie een leuk elftalletje. Een volmaakt elftalletje, vonden veel mensen. Perfectionist Pep dacht er anders over. Techniek en tactiek zijn leuk, maar het voetbal van heden ten dage vraagt meer. In München heeft Pep de mogelijkheid om zijn voetbalvisie te koppelen aan kracht, loopvermogen en ultieme fitheid, de leidende karakteristieken van de Bayern-machine die de dwergjes van Barça vorig jaar al genadeloos tegen het canvas werkte. Je kan er niet meer omheen, zoals je er ook bij Dante nauwelijks langskomt.

Het moderne voetbal is steeds nadrukkelijker gestoeld op atletisch vermogen. Het is fysieker geworden, het is dynamischer geworden. Het elftal van Les Bleus bestaat voor driekwart uit kleerkasten. De flankspelers in de Italiaanse 3-5-2-systemen lopen zoveel dat ze niet zouden misstaan op de sintelbanen om het veld heen. Het fysiek is een wapen; als het met voetballen even niet lukt kunnen deze spelers terugvallen op de capaciteiten van hun eigen lichaam.

Vorige week tegen Frankrijk stond Stijn Schaars tegenover Paul Pogba en Jordy Clasie tegenover Blaise Matuidi. Ergens tussen de sprieten van het Franse gras scheen ook Wesley Sneijder nog rond te dwarrelen. Het had eigenlijk niet gemogen. Clasie krijgt al krampaanvallen als hij 80 minuten ballen moet afpakken van Robert Braber. Die moet je niet op Matuidi zetten, die moet je met een weight gainer shake in z’n kraag in een Smith-machine zetten.

Het Nederlands elftal is momenteel niet meer wat het was. We zijn niet meer altijd de bovenliggende partij die de tegenstander verlamt met een begenadigd positiespel. Met het oog op het EK 2016 in Frankrijk pleit ik derhalve voor (het toewerken naar) een elftal dat naast voetballend vermogen ook het lichaam kan inzetten als middel om wedstrijden te winnen. Want we hebben ze best, ‘voetbalatleten’ in Nederland: Een voorbeeld:

BV NL

Een jongen als Memphis Depay staat symbool voor het moderne voetbal. Op z’n twintigste al zo breed dat ie nauwelijks door een deur heen kan, maar tegelijkertijd snel, explosief en bovendien onvermoeibaar. Als je als rechts- of linksback tegenwoordig niet negentig minuten lang kan pendelen hoor je er bijna niet meer bij. De strijd op het middenveld vindt plaats van zestien tot zestien en wordt almaar fysieker (wat dat betreft is het misschien wel een voordeel dat Van Ginkel en Strootman na hun revalidatie ongetwijfeld twee keer zo breed zijn).

Guus Hiddink kan daarom in zijn volgende termijn als Oranje-bondscoach een statement maken door het fysieke aspect te laten meewegen in zijn selectiebeleid. Ik zeg niet dat we met bovenstaand elftal europees kampioen worden (hoewel, je weet nooit, vandaar ook ‘man van glas’ Arjen Robben in het opstellinkje. En Robin van Persie kan altijd invallen) maar het is al een geruststellende gedachte als er na een treffen met Frankrijk niet alleen een stel afgekloven botten overblijft.

Voetbal evolueert, natuurlijke selectie wordt het devies: werk aan je lijf, if you want to survijf’.