Kono & Yarmo: smaakmakers van het Oekraïense voetbal

Ik zag ze voor het eerst gezamenlijk aan het werk tijdens het EK 2012 in Polen en Oekraïne. De één een rechtspoot aan de linkerkant, de ander een linkspoot aan de rechterkant. De één klein van stuk, de ander wat steviger gebouwd. Beiden echter in het bezit van begenadigde dribbel en het vermogen om het publiek op de banken te krijgen. Én een lange naam.

Yevhen Konoplyanka en Andriy Yarmolenko, beiden 24, zijn al sinds jaar en dag één van de toonaangevende spelers van respectievelijk Dnjepr Dnjepropetrovsk en Dynamo Kiev. Ze maakten beiden in 2007 hun debuut bij hun club en speelden sindsdien al meer dan 100 wedstrijden in de Oekraïense Premier League. Van de twee is Yarmolenko waarschijnlijk de naam die internationaal de meeste belletjes doet rinkelen. Niet alleen omdat hij bij Dynamo Kiev speelt, een club met meer aanzien dan Dnjepr Dnjepropetrovsk, maar ook omdat hij zowel in het clubvoetbal als in de nationale ploeg meer scoort, en mede daarom nét iets meer prestige heeft verworven dan Konoplyanka. Binnen het Oekraïense voetbal hebben de twee echter een nagenoeg gelijkwaardige status; de status van één van ’s lands beste voetballers. Recentelijk werd Konoplyanka verkozen tot Ukrainian Footballer of the Year 2013, een prijs die in 2011 al eens toekwam aan Yarmolenko.

Konoplyanka en Yarmolenko; ik noem ze altijd in één adem (meestal als Kono & Yarmo, om praktische redenen). De twee kennen dan ook veel overeenkomsten; beiden zijn flankspelers die ook centraal kunnen spelen, met de dribbel als meest voorname wapen. Het zijn spelers met een creatieve geest (niet toevallig beiden dragers van rugnummer 10 bij hun clubs) en ze bezitten de pass- en traptechniek om die creativiteit te ontplooien.
De verschillen liggen met name op het gebied van postuur en stijl. Zoals gezegd is Konoplyanka de kleinere en ielere van de twee. Het aspect snelheid speelt mede daarom een bepalende rol in zijn manier van dribbelen en passeren. Konoplyanka is vooral veelvuldig op zoek naar de actie van buiten naar binnen om zijn afstandschot in stelling te brengen. De stijl van Yarmolenko doet daarentegen denken aan een zaalvoetballer. Hij passeert op skills – af en toe een ‘akka’ is hem niet vreemd – en moet het met zijn 1.89 meter minder van loopvermogen hebben. Maar doelgericht als hij is weet Yarmolenko zich met zijn sierlijke bewegingen altijd wel een weg te banen van de zijlijn naar het vijandelijke doel.

Het mooie van het Oekraïense nationale team is dat, ondanks dat de speelstijlen van Konoplyanka en Yarmolenko uiteenlopen, hun aanwezigheid aan weerszijden van het veld voor een bepaalde vorm van symmetrie zorgt. Op beide flanken heeft het team een element van gevaar, een element van verrassing. Het maakt Oekraïne niet alleen een sterk team, maar ook een leuke ploeg om naar te kijken – en dat is wel eens anders geweest. Desalniettemin moesten de Oekraïeners, ondanks een hoopvolle eerste wedstrijd, onlangs hun meerdere erkennen in Frankrijk in de WK-kwalificatie play-offs. We zullen de kunsten van Konoplyanka en Yarmolenko dus niet gade kunnen slaan op het WK in Brazilië.

Ik hoop dan ook dat ‘Kono & Yarmo’ binnen afzienbare tijd een transfer maken naar een club uit één van de West-Europese topcompetities. Het liefst nog dezelfde club, zodat we niet alleen hun talent, maar ook de charme van hun overeenkomsten en verschillen in één oogopslag kunnen bewonderen.