“When the postman delivers letters, does he take off his shirt?”

Een voetballer die bij de geringste aanraking ter aarde stort alsof hij is geraakt door een verdwaalde lawinepijl. Een trainer die de vierde official bestookt met een stortvloed van beschimpingen als de schwalbe van zijn spits niet wordt beloond met een strafschop. Roze voetbalschoenen, no-look passes, het vrijetrappenritueeltje van Cristiano Ronaldo… Het zijn verschijnselen in het voetbal waarbij ik denk: ik begrijp het niet. Maar ik kan ermee leven.

Maar er is één fenomeen in het voetbal dat me daadwerkelijk tot waanzin drijft. Iets wat ik maar niet kan bevatten, hoezeer ik het ook probeer: voetballers die hun shirt uittrekken na een doelpunt. Ik kan intens gelukkig worden van een doelpunt, maar als de scorende speler zijn euforie bezegelt met het uittrekken van zijn shirt maakt mijn eigen euforie onmiddellijk plaats voor verontwaardiging. Ik snáp het gewoon niet.

Ik nam het fenomeen voor het eerst waar in de bekerwedstrijd Ajax – Feyenoord in 1995. Mike Obiku scoorde de winnende goal voor de Rotterdammers en in een opwelling van oprechte blijdschap gunde hij ons het beeld van zijn glimmende topsporttorso. Het had toen iets magisch, iets unieks. Het paste bij het moment, maar het paste vooral bij Mike Obiku. Tegenwoordig is er van magie of uniciteit geen enkele sprake. Karaktervol juichen na een doelpunt is sowieso niet meer voorbehouden aan spraakmakende voetbalpersoonlijkheden (dat besef je eens te meer wanneer je Robert Braber een ‘calma’ ziet doen), maar het shirt gaat tegenwoordig zo vaak uit na een doelpunt dat je zou denken dat er een bepaalde logica in zit. Maar die logica ís er niet! Het is de meest onlogische causaliteit die je je kunt bedenken. Bal in het net –> shirtje uit…

Desondanks worden we doodgegooid met rondzwaaiende en -vliegende tricots. Daarbij lijkt het niet eens meer om een ontbloot bovenlijf te gaan; veel voetballers halen al voldoening uit het tonen van hun ondershirt. Maar het wordt ook nog eens steeds gekker; Gastón Ramirez scoorde voor Southampton tegen Everton, trok zijn shirt uit en gaf het weg (!) aan een fan van Everton, waardoor hij de wedstrijd moest uitspelen in een shirt zonder rugnummer. Juventus-aanvaller Mirko Vučinić voegde een tijdje geleden al helemaal een nieuwe dimensie toe aan het vieren van een doelpunt door niet zijn shirtje, maar zijn broekje uit te doen. Zijn broekje! Nog even en een juichende doelpuntenmaker wordt door zes stewards neergehaald omdat ze denken dat het een streaker is.

En dan te bedenken dat er sinds 2004 een gele kaart staat op het uittrekken van je shirt. Dommere manieren om een gele prent te pakken zijn er niet, maar toch gebeurt het nog regelmatig. Soms zijn die kaarten zelfs fataal. John Guidetti die de 1-0 binnenschoot voor Feyenoord tegen RKC, zijn shirt uittrok, zijn tweede geel kreeg en de week daarop de kraker tegen PSV moest missen… Joël Tshibamba die zelfs op deze manier een tweede gele kaart pakte terwijl zijn ploeggenoot Rutger Worm een week eerder precies hetzelfde had gedaan! Ik bedoel, dans dan gewoon de hokey pokey na een doelpunt. Dat is net zo idioot, maar je mag wel op het veld blijven staan.

Ik vraag wel eens aan voetballende vrienden waarom je het zou doen, je shirtje uitdoen na een doelpunt. Meestal word ik dan beantwoord met een samenbreisel van “ik weet niet” en “emotie”. Emotie. Tja, dat ís ook niet te begrijpen. Misschien begrijp je het alleen als je zelf een bal met 93 km/h in de kruising schiet en 45.000 mensen in De Kuip (of 13 mensen aan de zijlijn van veld 2 van DEH/Musschen) je met alle mogelijke hartstocht toejuichen. Misschien maakt dat wel een emotie in je los die ik nooit heb, en nooit zal ervaren.

Feit is dat het ‘shirtje uittrekken na een doelpunt’ waarschijnlijk nog lang niet van de velden zal verdwijnen. Pas geleden nog demonstreerde de 17-jarige Jaïro Riedewald na zijn winnende goals tegen Roda JC dat ook de volgende generatie voetballers het fenomeen bezigt (en ook bij de E-pupillen heb ik het helaas al eens mogen aanschouwen).

Cristiano Ronaldo die op roze voetbalschoenen zijn vrijetrappenritueeltje uitvoert, de bal knoeihard langs de doelman knalt én vervolgens zijn shirt uitdoet bij het juichen; ik begrijp het niet. Maar ik zal ermee moeten leren leven.