Erwin wint van Ronald

Ik zou weleens naar de verjaardag van Ronald Koeman willen. Of van Erwin, dat is ook prima. Ik wil de trainers in ieder geval eens in hun privésfeer meemaken en dan het liefst tegelijk en pratend over koetjes en kalfjes. Vroeger dacht ik altijd dat Erwin Koeman niet de oudere, maar juist de jongere broer van Ronald Koeman was. Erwin is namelijk meer een doetje. Ronald Koeman, dat is de strenge leermeester die ook als zijn klas drie kwartier in stilte heeft zitten rekenen, meer had gewild. De meester die alleen een glimlach tevoorschijn tovert als de schoolfotograaf over de vloer is, en die glimlach er nog moet uitpersen ook.

Erwin Koeman is juist het mannetje dat altijd straalt. Hij werkte bij RKC, FC Eindhoven en met Angelos Charisteas, maar kijkt alsof hij elke dag Barcelona tiki-taka mag laten spelen. Als ik naar Erwin luister, warm ik een beetje op. Let eens op Erwin, als de journalist de eerste vraag nog aan het stellen is. Daar spat de goedheid van af. Dat gezicht staat na een 6-1 nederlaag tegen VVV-Venlo exact hetzelfde als na een 3-0 overwinning op Ajax. Als de journalist zegt dat het ‘vandaag niet veel was’, kijkt Erwin alsof iemand hem, een open trommel voorhoudend, vraagt welk koekje hij wil.

Koeman niet. Dat ik ‘Koeman’ schrijf, lijkt misschien verwarrend, maar Koeman duidt altijd op Ronald. Ronald is Koeman. Erwin is gewoon Erwin. Als ik Erwin op straat zou tegenkomen, zou ik denken dat hij me persoonlijk kent. Erwin is niet Erwin van de tv, maar gewoon Erwin. Als VI Boeken er ooit nog een biografie over hem uitperst, heet het ook Gewoon Erwin. Die titel ontstaat, wanneer de auteur hem telefonisch vraagt hoe het moet gaan heten. Na een lange stilte zegt hij: “Gewoon, Erwin… maar het mag ook best een column zijn, hoor.”

Erwin zegt heel vaak ‘maar oké’, in interviews. Dat is omdat hij altijd bezig is zijn eigen uitspraken te relativeren. Hij moet op een bepaald emotieniveau blijven, zo gewoon mogelijk. Dat gaat ongeveer zo: “Wij verdedigden gewoon heel slecht vandaag, maar oké, het is wel Feyenoord waar je tegen speelt en dan kan dat gebeuren. Maar oké, in dit soort wedstrijden krijg je altijd kansen en die moet je dan wel afmaken. Maar oké, wij staan diep in het rechter rijtje, en dan verlies je weleens wedstrijden.”

Ja, ik wil dolgraag naar een verjaardag van één van de Koemans. Het liefst toch die van Erwin, om hem dan met de schaal met stukjes kaas en worst rond te zien gaan. “Ze zijn net uit de koelkast, maar oké, ze komen van de slager hier om de hoek.” Dat Koeman dan een beetje verbitterd kijkt en zegt: “Ze smaken alsof ze van vorig jaar zijn”, waarop Erwin zijn schouders ophaalt, met de wenkbrauwen fronst en maar oké denkt. Als Erwin dit weekend van Koeman verliest, is dat niet erg. Hij is toch een beetje het kleine broertje. Het kleine, lieve broertje. Eigenlijk ouder, maar oké.