Stoppen met voetballen, zoals het niet moet

BoumaAfscheid

Het meest onzekere moment voor een voetballer is het punt waarop hij er een einde aan moet breien. Stoppen, dat blijken veel voetballers gewoon niet te kunnen. En dus gaan ze vaak maar door, tot hun carrière doodbloedt. Of ze kondigen toch hun afscheid aan, hoewel ze allang waren gestopt. Het lijkt wel of voetballers vaak de knoop zelf niet durven doorhakken. Ze gaan door, tekenen een contractje bij een clubje in de eerste divisie, rommelen wat aan als speler-trainer of gaan ineens quasi-overtuigd bij de club door als assistent-trainer en doen alsof er niets gebeurd is.

Het is zonde dat voetballers er slecht een punt achter kunnen zetten. Hoe je stopt, bepaalt op de valreep nog even of je een voetballertje was of een voetballer. Patrick Kluivert: grootse carrière, jaren achtereen topscorer van Oranje, liep voor het laatst op noppen in Lille. Dat is de stad waarnaar je op schoolreisje gaat omdat Parijs te duur is. Niemand heeft Kluivert uitgezwaaid. Nu is hij assistent van Louis van Gaal bij Oranje. Ik hoop dat hij Klaas-Jan Huntelaar al heeft toegefluisterd dat hij iets moet organiseren rond zijn einde. Dat hij, als bij een stoelendans, op de juiste plek moet zitten als de muziek uitgaat.

Jaap Stam begreep zes jaar geleden al hoe het wél werkt. Hoe je als grote voetballer tot ná het einde van je carrière een grote voetballer blijft. Die kale kannibaal, waartegen geen spits durfde te scoren, liet op een maandagmiddag in de week tussen FC Utrecht-uit en Roda JC-thuis een persconferentie beleggen: ‘ik stop’. Stam, van wie ze bij Ajax nog steeds niet konden bevatten dat ze hem hadden gecontracteerd, liet van de ene op de andere dag een leegte achter. Hij zadelde zijn trainer met een personeelsprobleem op en liet met stomheid geslagen supporters in de steek.

Kluivert, Michael Reiziger, Boudewijn Zenden, Andy van der Meyde. Van geen van hen kan ik me herinneren dat ze zijn gestopt. Nooit las ik ook maar één kolom over hun exit. Dat deed ik wel over Wilfred Bouma, vrijdag op teletekst. ‘Bouma zet punt achter carrière’, kopte de NOS. In een interview in het Eindhovens Dagblad zou hij op zaterdag aankondigen dat zijn loopbaan erop zit.

Daar maakte Bouma de cruciale fout die hem als nietszeggend voetballertje de geschiedenisboeken in drijft. Hij kondigde al na het doodbloeden van zijn loopbaan zijn afscheid aan. Bouma zat al een tijdje zonder club. Dat is niet erg, maar laat het dan gewoon gebeuren. Ga een jeugdteam trainen. Ga op zaterdagmiddag met je vrouw naar de markt en op zondag naar de film. Ga vooral geen biografie schrijven en laat Nederland vergeten dat je ooit voetbalshirts droeg.

Bouma speelde 37 interlands. Dan kan je je met recht ex-international noemen. Dan verdien je meer dan een gedwongen afscheid. Maar een stil afscheid is wel Boumatisch. De verdediger viel nooit echt op. Na twintig jaar weet nog steeds niemand of hij linksachter of centrumverdediger was. Niemand weet dat hij even bij PSV is weggeweest voor een buitenlands avontuurtje en niemand weet dat hij anderhalf jaar terug nog bij de EK-selectie zat. Bouma voetbalde de laatste jaren met de lippen stijf op elkaar, muisstil. Daarbij hoort een muisstil einde, maar dat gunde hij zichzelf helaas niet.