‘Opa, vertelt u ons nog eens over uw buitenlandse avontuur…’

Archief_Foto_s_Archief_Voetbal_Q_U_auto_auto_c651_c370_q95_rekikake

Als er één van de grote clubs aanklopt voor een willekeurige speler, wordt altijd de grote lade met clichés opengetrokken. Het is natuurlijk een jongensdroom om bij Real Madrid te spelen, je zegt geen nee tegen een club als Manchester United en door te trainen met betere spelers word je als (jeugd)speler sowieso al beter. Je kan de ‘prooi’ van de Grote Boze Voetbalwolven natuurlijk geen ongelijk geven. Als je kleinkind later langskomt in zijn gloednieuwe Bayern München-shirt, is het toch best leuk om te vertellen dat jij ervoor betaald werd om datzelfde shirt te dragen. Juist, alleen om het shirt te dragen, want sommige spelers kwamen niet verder dan dat.

Het beroemdste Nederlandse voorbeeld is Winston Bogarde. De oud-international kan later tegen zijn nageslacht zeggen dat hij het shirt van Chelsea aan mocht trekken. Dat hij ook een trainingspak aan moest trekken, en op koude dagen een kleed over zijn benen aanhad, is dan een klein detail. Bogarde heeft bij de Londense club onder contract gestaan, en daarmee uit! Van het salaris dat hij opstreek, zal hij trouwens allesbehalve de blues hebben gehad.

De vaak gelauwerde jeugdopleiding van Feyenoord zag de afgelopen jaren een aantal spelers ‘verslonden’ worden door de Grote Boze Voetbalwolven. Kyle Ebecilio ging naar Arsenal, waar hij nooit een wedstrijd in het eerste speelde. Jeffrey Bruma stapte over naar Chelsea, waar hij in totaal maar liefst vier officiële wedstrijd mocht spelen. Bij Manchester City mocht Karim Rekik 84 minuten meeballen. Alledrie de spelers keerden afgelopen zomer, al dan niet op huurbasis, terug naar de Eredivisie.

Ook Luc Castaignos heeft straks in Huize Zonneschijn iets om over op te scheppen tegen zijn medebewoners. De spits kwam door financiële problemen bij Feyenoord ineens bovendrijven en scoorde in één seizoen vijftien keer. Dat leverde hem een lucratief contract bij Inter Milaan op. Een jaar later verloste FC Twente hem uit zijn lijden. Maar toch, hij heeft onder contract gestaan bij Inter Milaan. Dat hij in zes wedstrijden slechts eenmaal scoorde, zal iets minder hard door de bingozaal geroepen worden.

En wat te denken van Quincy Owusu-Abeyie? Van supertalent dat op zijn 16e naar Arsenal vertrok tot speler uit de categorie ‘Kennen jullie deze nog-nog-nog?’ In 2006, een jaar na zijn ‘doorbraak’ op het WK Onder-20 in Nederland, vertrok deze vleugelflitser naar Rusland, waar hij nog redelijk presteerde. Toen begon zijn nomadenbestaan dat hem voerde langs Vigo, Birmingham, Cardiff, Moskou, Portsmouth, Doha (Qatar), Málaga en Athene.

Over een jaar of zestig zitten Ebecilio, Bruma, Rekik, Castaignos en Owusu-Abeyie waarschijnlijk in een bejaardentehuis. Ze hebben nog een (groot) deel van hun carrière voor zich. De grote vraag is: zullen ze inderdaad moeten blijven teren op dat sprookje met de Grote Boze Voetbalwolf? Hij kwam langs en weg waren de talenten. Het volgende slachtoffer lijkt Ibrahim Afellay. Barcelona hoeft hem niet meer, dus waar gaat hij nu voetballen? En dan speelt bij Chelsea nog Nathan Aké. Zal hij net zo veel succes hebben als zijn oudere evenbeeld? Of blijkt dit ook te mooi om waar te zijn?