Dossier Doyen Sports, deel twee

Voetballermarionet

Een paar dagen geleden [maandag 10 juni]  berichtten wij van Buitenkant Voet al over de transfer van Radamel Falcao. Daar lijkt namelijk een luchtje aan te zitten. Het luchtje van het spreekwoordelijk stinkende geld. Investeringsmaatschappij Doyen Sports is namelijk deels eigenaar van de Colombiaanse spits. Daardoor had (en heeft) noch El Tigre zelf, noch zijn oude club Atlético Madrid veel te vertellen. Wij vonden het zo’n vreemde zaak dat we het fenomeen Doyen Sports nog wat verder hebben onderzocht.

Doyen Sports is namelijk niet een bedrijf op zichzelf. Het blijkt een onderdeel van een nog groter geheel, genaamd ‘Doyen Capital LLP’. Het bedrijf investeert onder meer in onroerende goederen, zoals hotels. Maar ook in olie en gas. Maar laten we het bij het sportgedeelte, of meer bepaald het voetbal, houden. Want hoe is Doyen Sports aan de transferrechten van Falcao gekomen? Dat zit zo. El Tigre scoorde aan de lopende band bij FC Porto en bezorgde zijn ploeg de Europa League. Atlético Madrid wilde hem naar Estadio Vicente Calderón halen. Maar daar was geld voor nodig, en een flinke zak ook. Gelukkig was daar Doyen Sports. Het bedrijf betaalde de helft van de transfersom van 40 miljoen euro. En voor niets gaat de zon op, de beloning was de helft van de transferrechten van Falcao.

In ons vorige artikel noemden we al enkele spelers die ook deels eigendom zijn van Doyen Sports. Een voorbeeld dat we nog niet genoemd hebben is Geoffrey Kondogbia. De Fransman verhuisde in de zomer van 2012 van RC Lens naar FC Sevilla voor ongeveer drie miljoen euro. De helft van dit bedrag werd gefinancierd door de investeringsmaatschappij, ook weer voor de helft van de transferrechten. Het is het bedrijf er alles aan gelegen om de middenvelder met dikke winst te verkopen. En dat zou nog kunnen gaan lukken ook, aangezien zowel Engelse als Spaanse topclubs achter deze marionet aan zitten.

Doyen Sports is dus machtig, het helpt clubs om een bepaalde speler te kopen in ruil voor een deel van de transferrechten. In Spanje is dit al aardig wat keren gelukt. Bij Atlético Madrid, Sevilla, Getafe en Sporting Gijón zou het bedrijf al met briefjes hebben gestrooid. En langzaam begint Portugal ook voor de keiharde knaken te vallen. Onze landgenoot Ola John zou met Doyendollars naar Benfica zijn gehaald en ook Sporting Lissabon en FC Porto hebben al een paar deals gesloten met de maatschappij.

Nu we het verleden en het heden hebben bekeken, kunnen we een voorzichtige blik werpen op de toekomst. Vroeger ging een speler steeds een stapje hoger, totdat hij zijn top had bereikt. Door de jaren heen is geld steeds meer een rol gaan spelen. Uitgerangeerde voetballers kunnen altijd nog Russische oliedollars cashen, en echte veteranen mogen in de Arabische woestijn een balletje trappen.

Maar er lijkt nu een andere verschuiving te zijn. Blijkbaar kunnen bedrijven meebetalen aan een speler in ruil voor transferrechten. Gelukkig is dit in Engeland al verboden. Maar in tientallen andere landen, waaronder Nederland, is dit nog gewoon mogelijk.

Stel je voor dat pakweg de Rabobank ergens een spaarpotje heeft en de helft meebetaalt aan de transfer van Adam Maher naar Ajax. Dan moet Ajax de middenvelder wel verkopen als Rabobank daar zin in heeft, zonder dat de club al te veel zeggenschap heeft. Rabobank kan dan regelen dat Maher naar Anzhi gaat voor twintig miljoen euro. En dan is tien miljoen voor de bank. Je moet er toch niet aan denken.