Is Bayern het beste team aller tijden?

De camera’s zoomden constant in op het goed met verzorgende huidcrème baby face-achtig gehouden gezicht van Mario Götze. Met z’n pet. Götze, de jonge maestro die Duitsland en Europa in zijn korte carrière al enkele previews gaf van een magistrale carrière, was de meest besproken man. Van Borussia Dortmund stapt hij deze zomer over naar Bayern München, en net die twee clubs zag hij vorige week zaterdag de degens kruisen in de Champions League-finale. Wetend dat heel de wereld zijn doen en laten kon volgen op de televisie, juichte hij uitbundig voor zijn – nu nog – huidige club Dortmund. Clubliefde? Of beleefdheid?

Het was leuk Götze te volgen, maar veel liever had ik het gezicht gezien van de man die pas écht een dilemma had tijdens de Champions League-finale: Pep Guardiola. De Spanjaard, die volgend jaar Bayern Münchens successen van nu mag gaan evenaren, zag definitief bevestigd wat hij stiekem al wist: dat zijn tiqui taca, waarmee hij en FC Barcelona samen de wereld veroverden, voorbij gestreefd is door iets nieuws, iets wervelends, iets… Duits? Ja, Duits ja. De Duitsers hebben een nóg betere manier van voetballen uitgevonden dan tiqui taca. Dat is even slikken Pep.

Més que un club

Terug in de tijd naar het begin van dit seizoen. Toen waren zo’n beetje alle voetbalfanatici het er toch wel over eens: FC Barcelona is het beste team aller tijden. Het legendarische Brazilië uit 1970, bij de hand genomen door zelfverklaarde Jezusfiguur Pelé, werd aan de kant geschoven voor Messias Messi en zijn Catalaanse knechten. Het voetbal dat Barça speelt, het tiqui taca geperfectioneerd door Guardiola en zo goed mogelijk gepreserveerd door diens opvolger Tito Vilanova, was perfect. Met deze manier van voetballen kon Barcelona elke tegenstander overheersen, zoek tikken en naar adem laten happen. Ook Spanje had deze manier van voetballen geadopteerd en er drie grote toernooien op rij mee gewonnen.

Natuurlijk, Internazionale (2010) en Chelsea (2012) hadden Barcelona al eens verslagen, maar dat telde niet. De Italianen en Engelsen pareerden het tiqui taca met een opnieuw tot leven gewekte versie van catenaccio (want onkruid vergaat niet): oerlelijk betonvoetbal bestaand uit verdedigen, verdedigen, verdedigen en bidden dat je per toeval zelf een goal scoort. Dat is lafbekkerigheid, dat is geen manier van winnen, daar was iedereen het wel over eens. Het neo-catenaccio werd door niemand geaccepteerd als een sluitend antwoord op tiqui taca.

Maar kon je de coaches José Mourinho en Roberto Di Matteo ongelijk geven? Want hoe moest je anders een onverslaanbaar team verslaan? Beat them at their own game is onmogelijk, dat win je niet. Geen enkel ander team naast Barcelona en Spanje heeft ooit ook maar geprobeerd om tiqui taca te spelen. Dat komt omdat deze Catalaanse manier van voetballen vrijwel onmogelijk is. Ruim honderd jaar lang lukte het niemand om perfect voetbal te spelen, omdat voetballers niet perfect zijn. Om elke wedstrijd driekwart van de tijd in balbezit te zijn heb je elf voetballers nodig die een perfecte pass in de benen hebben en altijd het overzicht bewaren. Barcelona heeft tientallen jaren geïnvesteerd om die spelers, Xavi, Iniesta, Messi, Sergio Busquets, Cesc Fàbregas, Gerard Piqué, op te leiden. Die elf moeten elkaar ook nog eens door en door kennen en begrijpen. Bovendien is het extreem lastig om een dergelijke aanvallende en overheersende speelstijl te hanteren op momenten dat je de bal níet hebt. Je kunt je tegenstander wel drie slagen in de rondte tikken, maar wat heb je daaraan als je tegenstander dat even later ook met jou doet?

Hoe speel je het perfecte voetbal?

Het succes van tiqui taca is gebaseerd door de perfectie waarmee al die kleine mannetjes in de aanval en op het middenveld van Barcelona en Spanje hun verdedigende taken uitvoeren. Meteen jagen, meteen storen, meteen die bal heroveren. Dit jagen, storen en heroveren kan echter alleen op een veilige manier als de rest van je team doordekt en een bepaalde mate van organisatie in stand kan houden. Als de één inschuift, moet een ander ook inschuiven om de gaten te dichten. En dat kan alleen als er helemaal achteraan die keten van inschuivende mensen een geniale laatste man staat. Dat is Gerard Piqué.

Deze manier van verdedigen maakt het mogelijk voor Messi, Iniesta, Xavi en al die andere creatieve masterminds om te passen. En te passen. En te passen. De ene pass nog zuiverder dan de andere. Door hun bijna oneerlijke overvloed aan talent kunnen ze dit passen indien nodig oneindig lang volhouden. Maar dat is niet nodig, want deze voetballers kunnen niet alleen passen, maar tegelijkertijd ook nog zoeken naar gaten in de defensie. Terwijl de bal rondgaat zoeken zij die gaten om hun dodelijke aanvallers – Messi, Villa, Sánchez, to name a few – voor de keeper te zetten. Het briljante aan deze manier van voetballen is dat je de hele helft van de tegenstander kunt bezetten en kunt blijven rondspelen tot het gaatje komt. Mocht je de bal verliezen, dan moet de tegenstander uit de verdedigende stellingen komen en jouw hele helft eerst nog oversteken voor die bij het doel komt. Terwijl jouw eigen defensie al de hele tijd perfect op linie staat opgesteld.

FC Barcelona en ook Spanje worden al jaren geroemd om de aanvallende manier van spelen. Aanvallend spelen ze zeker, maar tegelijkertijd ook heel risicoloos. Zolang er geen gat is en dus een risico dat een steekpass tot balverlies leidt, geven ze die steekpass niet. Balverlies is de grootste zonde en ze doen alles om dat te voorkomen. Dan liever nog maar een keertje het spel van links naar rechts verplaatsen. Het heerlijke tiqui taca slaat – als ze een tegenstander van enige kwaliteit treffen – door in eindeloos breien en breien en nog maar eens breien. Bovendien zit er geen enkele variatie in het spel. Ze kunnen alleen maar tiqui taca hanteren, een lange bal is onmogelijk, een voorzet geven heeft geen zin met aanvallers van het formaat oempa loempa. Counteren kunnen ze ook al niet, omdat ze liever die bal eerst via zesentwintig schijven naar voren transporteren. Dit gebrek aan variatie is de zwakte van tiqui taca. Ze hebben geen Plan B, zoals Ronald Koeman het zou verwoorden.

En dus werd Barcelona in de halve finale van de Champions League compleet kaltgestellt door Bayern München. De Duitsers hadden een even hechte organisatie (laat dat maar aan Duitsers over), met voorin Frank Ribéry, Mario Mandzukic en Arjen Robben die al heel vroeg de tiqui taca-opbouw verstoorden en daarachter een inschuivend en doordekkend middenveld plus verdediging zoals Barcelona die ook heeft. Maar Bayern had meer. Bayern had variatie. Ribéry en Robben mochten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Alexis Sánchez bij Barcelona, ook af en toe voor de eigen actie gaan in plaats van alleen maar het balletje naar dezelfde kleur spelen. Daarnaast konden zij ook hoge voorzetten geven op Mandzukic, die als een kamikaze-piloot op elke invliegende bal af vliegt. Bayern had wat Barcelona miste: variatie. De arme Barcelona verdedigertjes hadden geen idee wat hun tegenstander ging doen. Ze werden langs alle kanten überrascht.

Hoe speel je nog perfecter voetbal?

De zaadjes voor deze Duitse overheersing werden al in 2006 geplant door Jürgen Klinsmann en zijn Duitse elftal. Niemand zag er van tevoren wat in, die gekke halve Amerikaan met zijn rare psycholoogjes en zijn fetish voor aanvallend voetbal. Duitsland, als gastland van het WK, zou zichzelf ongetwijfeld totaal voor lul zetten voor het oog van de wereld. Niet dus. De Duitsers verrasten met fris powervoetbal, met beweeglijke spelers als Lukas Podolski, Philipp Lahm en (toen nog) Michael Ballack. Zij koppelden een grote werklust aan een goede techniek en inzicht. Klinsmann zei Tschüss na het WK, maar zijn assistent Joachim Löw zette zijn werk voort en veroorzaakte het cliché dat tegenwoordig door onze Hollandse kroegen klinkt als er weer eens een EK of WK aan de gang is: “Die Duitsers spelen Nederlandser dan wij.”

Deze ‘Nederlandse’ manier van voetbal werd uiteindelijk niet geperfectioneerd door Bayern München, maar – ironisch genoeg – door Borussia Dortmund en hun hippe-brillen-dragende en maniakaal juichende coach Jürgen Klopp. Dortmund blies Bayern twee seizoenen op rij van de eerste plaats op de Bundesliga-ranglijst met een speelstijl die uiteindelijk tot Vollgass-fussball werd gedoopt. Vollgass-fussball gaat zo: negentig minuten lang aanvallen, aanvallen, aanvallen met je technisch sterke en creatieve middenveld, je twee Formule 1-coureurs op de flanken en een spits die net zo makkelijk doelpunten maakt als dat hij pistache-noten pelt. Dit alles uiteraard ondersteund door een ijzersterke verdediging, het blijven Duitsers hè. Een belangrijke rol is wel weggelegd voor de links- en rechtsback, die minsten driedubbele ADHD moeten hebben en constant van voor naar achter moeten sprinten.

Bayern München, dat zelf onder Louis van Gaal al had geëxperimenteerd met aanvallend voetbal, maar dat in 2010 in de CL-finale tegen Internazionale faalde grotendeels doordat de verdediging uit halfzachte eierdooiers (Martin Demichelis en Daniel van Buyten) bestond en in 2012 verloor van catenaccio-muur Chelsea, heeft het Vollgass-fussball dit seizoen geadopteerd. En verbeterd. Want Bayern heeft, in tegenstelling tot het bescheiden Dortmund, heel veel geld. Dus haalden ze met Jérôme Boateng en Dante twee rotsblokken voor achterin naar Beieren, rotsblokken die ook nog eens snel zijn en goed zijn in de opbouw. En ze haalden Mandzukic als nieuwe spits en de achterlijk goede Javi Martínez voor op het middenveld. Jupp Heynckes smeedde zo een weergaloos team dat bijna al haar wedstrijden heeft gewonnen, landskampioen werd en de Champions League mee naar huis nam.

Peps dilemma

Daar staat Pep Guardiola dan, volgend seizoen coach van Bayern. Wat moet hij doen? Zijn hele leven werkte hij aan tiqui taca, ging hij in Argentinië op bezoek bij voetbalprofeet Marcelo Bielsa en maakte hij overal waar hij kwam aantekeningen over hoe zijn speelwijze de wereld zou kunnen veroveren. En nu hebben die verdomde Duitsers zijn hele levenswerk overtroffen met hun Vollgass-fussball. Veel benieuwder dan naar hoe Mario Götze het volgend seizoen bij Bayern gaat doen, ben ik naar hoe Guardiola het gaat doen. Gaat hij toch tiqui taca toepassen en onder de voet gelopen worden door Borussia Dortmund? Gaan de machtige Beckenbauer en Hoeness dat toelaten? Of gaat hij zijn handelsmerk overboord gooien en zich aanpassen aan de veranderde verhoudingen?

Het antwoord op die vragen zal ook bepalen of Bayern München het nieuwe beste team aller tijden zal worden. Barcelona heerste een aantal jaar en Bayern moet dat nu ook doen, om te bewijzen dat dit geen lucky shot was. De voetbalhistorie gaat volgend seizoen wellicht door naar een nieuwe fase, een nieuwe heerschappij, en dat ligt allemaal in de handen van de man die de vorige heerschappij startte: Pep Guardiola. Ik wens hem succes.